Flavius Josephus

Flavius Josephus, vijfde evangelist
Flavius Josephus

Hoewel Flavius Josephus zijn hele leven het Joodse geloof trouw is gebleven, dankt hij zijn bekendheid als schrijver aan het Christendom. Het waren Christelijke monniken die zijn werk kopieerden en verspreidden. Dankzij hen hebben zijn boeken de eeuwen overleefd.

Daar hadden ze drie redenen voor:
1. Flavius Josephus vertelde de verhalen uit het Oude Testament op een nieuwe en (voor de eerste eeuw) eigentijdse manier.
2. Geheel in lijn met de Christelijke opvatting gaf hij de Joden de schuld van de vernietiging van hun tempel en de val van Jeruzalem.
3. Op de vier Bijbelse evangelisten na, was hij de enige schrijver uit de eerste eeuw die iets over het leven van Jezus van Nazareth vertelde.
Vooral dat laatste maakte hem beroemd. Hij verdiende er de bijnaam “de vijfde evangelist” mee.

Flavius Josephus is na Jezus de bekendste Jood uit de eerste eeuw. Daarom is het opmerkelijk dat er geen andere bronnen over zijn leven bewaard zijn gebleven. Het enige dat we over hem weten, ontlenen we aan zijn eigen oeuvre. In de Talmoedische literatuur werd hij doodgezwegen en klassieke schrijvers die wel zijn naam noemden, zijn van latere periode en zij citeerden dan uit Josephus’ eigen werk.

Vita Iosephi: Flavius Josephus’ autobiografie

Het leven van Flavius Josephus bestond uit drie delen: 1. zijn jeugd en priestertijd; 2. zijn activiteiten tijdens de Joodse oorlog; 3. zijn leven als schrijver. Over de eerste periode weten we alleen iets uit zijn autobiografie “Vita Iosephi“. Daarin schreef hij dat hij eigenlijk Josef ben Matitjahu heette en uit een vooraanstaand geslacht uit Jeruzalem stamde. Hij zou, net als zijn vader, grootvader en verdere voorouders als priester in de Joodse tempel dienen. Dat heeft hij ook gedaan, hoewel niet meteen. Na het seminarie heeft hij eerst enkele jaren als leerling van de kluizenaar Bannus in de woestijn geleefd. Pas daarna is hij tot priester gewijd.

In zijn biografie pochte Flavius Josephus dat hij op zijn veertiende al fameus was vanwege zijn belezenheid en kennis van de Thora. “Voortdurend raadpleegden de hogepriesters en notabelen van de stad mij over ingewikkelde kwesties in onze wetten.” Het zou waar kunnen zijn, maar – ik zeg het er maar meteen bij: Flavius Josephus was niet de meest betrouwbare schrijver in de klassieke oudheid, zeker niet wanneer het over zichzelf ging.

Flavius Josephus heeft Vita Iosephi geschreven uit verdediging. Uit het werk blijkt dat de andere Joden hem haatten omdat hij hen tijdens de Joodse oorlog op een schandalige manier had verraden. Josephus probeerde die aantijgingen te weerleggen, maar is daar niet volledig in geslaagd. De Joodse oorlog blijft een zwart hoofdstuk in zijn leven. Over die periode schrijf ik meer op de pagina “Josephus’ verraad“. Hieronder beperk ik me tot de tijd die hij na de oorlog in Rome doorbracht.

Flavius Josephus als historicus

Na de Joodse oorlog werd Flavius Josephus opgenomen in de hofhouding van de Flavische keizers en in Rome aangesteld als “keizerlijk geschiedschrijver”. Zijn werk moet ook vanuit dat perspectief gelezen worden: hij was de spreekbuis van de keizer. Het eerste wat hij schreef was een verslag over de Joodse oorlog. Het bestond uit zeven boekrollen (ongeveer 450 bladzijden) en was ronduit propagandistisch. De Joden waren de schuld van de oorlog; keizer Vespasianus en zijn zoon Titus viel niets te verwijten. Over Titus, die Jeruzalem en de Joodse tempel van de aardbodem had weggevaagd, schreef hij: “Hoe vaak niet heeft Titus, in zijn verlangen de stad en de tempel te redden, de strijdende partijen opgeroepen tot een akkoord”.

Na voltooiing van het bovengenoemde verslag is Flavius Josephus met zijn magnum opus begonnen. Hoewel het in het Grieks is geschreven, staat het bekend onder de Latijnse naam ‘Antiquitates Judaicae’. Het beslaat twintig boekrollen en beschrijft de geschiedenis van het Jodendom vanaf Adam en Eva tot aan de Joodse oorlog. De meeste verhalen stammen uit de Thora en zijn door Flavius Josephus in een nieuw jasje gestoken, maar over de laatste periode is hij regelmatig onze enige bron.

de vijfde evangelist

De twee bekendste passages uit Antiquitates Judaicae gaan over Jezus en zijn familie. Hieronder volgt een vertaling ervan.

Deze Ananus (…) riep een rechterlijk college bijeen en liet daar de broer van de Jezus  die men Christus noemt, Jacobus heette de man, en enkele anderen voorgeleiden. Hij beschuldigde hen ervan de wet te overtreden en liet hen stenigen.

In die tijd leefde Jezus, een wijs man, als je hem al een man mag noemen. Hij verrichte namelijk wonderen en onderwees mensen, die opgetogen de waarheid tot zich namen. Veel Joden en Hellenen kwamen tot hem. Hij was de Christus. Ook nadat Pilatus hem op verzoek van prominente Joden tot de kruisdood had veroordeeld, bleven degenen die als eersten zijn liefde hadden ontvangen, hem trouw. Hij verscheen namelijk aan hen, op de derde dag, opnieuw in leven.

Flavius Josephus was de enige niet-Bijbelse tijdgenoot die over het leven van Jezus van Nazareth schreef. Zoals gezegd wordt hij daarom wel de vijfde evangelist genoemd. De wetenschap is er echter niet over uit of dat terecht is. Het probleem met klassieke teksten is dat ze de middeleeuwen hebben overleefd in Christelijke kloosters en daar regelmatig moesten worden gekopieerd omdat ze onleesbaar dreigden te worden. Het is denkbaar dat er tussen die kopiisten een monnik zat wiens liefde voor Jezus groter was dan zijn liefde voor de waarheid.

Over de authenticiteit van beide passages hebben talloze geleerden zich uitgelaten. De twee meest extreme standpunten laten zich eenvoudig raden: 1. Flavius Josephus heeft beide passages letterlijk zo heeft geschreven, versus 2. het zijn vervalsingen die later zijn ingevoegd. De overgrote meerderheid van de geleerden zit hier ergens tussenin. Zij veronderstellen dat de passages die Flavius Josephus heeft geschreven korter waren en dat ze later door Christelijke kopiisten zijn aangevuld.

Flavius Josephus in mijn roman
echtgenote Flavius Josephus
echtgenote Josephus

Van alle karakters in mijn roman “De Derde Tempel” is Flavius Josephus wel de minst sympathieke. Toch vind ik hem boeiend. Hij is namelijk alles wat ik niet ben en dat maakte hem duister en fascinerend. Het was daardoor wel het karakter die me het meeste moeite kostte. In de eerste schetsen die ik van mijn roman maakte, lukte het me niet zijn aard te vatten. Pas toen ik me realiseerde dat hij qua karakter leek op een directeur voor wie ik zeven jaar had gewerkt, kon ik hem overtuigend neerzetten.

In eerste instantie was mijn roman geschreven als apologie: sommige van Flavius Josephus’ daden waren dan wel discutabel geweest, maar hij had ze verricht als “burgemeester in oorlogstijd” en daarom wilde ik ze vergoelijken. Vanuit die insteek probeerde ik een sympathiek karakter neer te zetten. Hoe meer ik over hem te weten kwam, hoe minder dat echter lukte. Uiteindelijk ben ik “omgegaan” en besloot ik dat de Joden gelijk hebben in hun oordeel over Flavius Josephus. Het gevolg was dat ik mijn concept integraal moest herschrijven. Dat betrof echter nauwelijks de hoofdlijnen. De aanpassingen zaten hem in de details.

Als voorbeeld van zo’n detail citeer ik hieronder een passage uit Vita Iosephi:

Later huwde ik een Joodse vrouw uit Kreta. Haar ouders waren van goede komaf en in hun omgeving zeer gerespecteerd. Te midden van andere vrouwen vielen haar kwaliteiten op, zoals later in haar leven ook is gebleken. Ze gaf me twee zoons, Justus, de oudste, en Simonides, die de bijnaam Agrippa droeg.

Ik vind dit citaat opmerkelijk en tekenend voor Flavius Josephus. Het is een afstandelijke en liefdeloze beschrijving van iemand die toch zijn levenspartner is. Hij neemt zelfs niet de moeite om haar naam te noemen. Dat heb ik in mijn roman ook zo gelaten. Natuurlijk had ik wel een naam voor haar kunnen verzinnen, maar ik vond dat ik door haar naamloos te laten meer recht deed aan de aard van hun relatie.

 

de Al-Aqsamoskee en de Rotskoepel

Al-Aqsa+Rotsk.
de Rotskoepel en Al-Aqsamoskee

Omar ibn Al-Chattab was de schoonvader van de profeet Mohammed. In 634 CE werd hij verkozen tot de tweede kalief van het Islamitische rijk. Onder zijn leiding breidde dat rijk zich sterk uit. Bij zijn aantreden regeerde Omar slechts over een deel van Arabië; bij zijn dood in 644 CE had hij de rest van Arabië en het huidige Syrië, Jordanië,  Libanon, Israël/Palestina, Irak, Iran, Egypte, Armenië, Azerbeidzjan en Georgië toegevoegd. Ook delen van Afghanistan, Pakistan en Turkmenistan behoorden tot zijn imperium.

Jeruzalem nam hij al in 637 CE in. Zodra hij kon, bezocht hij de Tempelberg. Volgens de legenden was die bedekt met puin. De kalief liet het puin verwijderen en gaf, op advies van een Joodse bekeerling, opdracht een kleine houten moskee te bouwen op de plek waar eerder de Joodse tempel had gestaan.

de Rotskoepel
Rotskoepel
de Rotskoepel

In 688 CE  werd die moskee vervangen door de huidige Rotskoepel. Het is een fraai achthoekig gebouw met een opvallende (blad)gouden koepel. De bouwstijl is Byzantijns. Voor de koepel staat ‘de kelk’, een fraaie fontein met kraantjes waaraan de Islamitische gelovigen zich wassen voor het gebed.

De koepel ontleent zijn naam aan de rots waarboven hij is gebouwd. Het is de rots waar, volgens de Joden en Christenen, Abraham zijn zoon Isaak aan God wilde offeren. Isaak was de vader van Israël en dus de stamvader van de Joden.

De Islam kent een iets verhaal. Hoewel de Koran zijn naam niet noemt, zijn de meeste Moslims ervan overtuigd dat Abraham (die door hen Ibrahim genoemd wordt) niet Isaak, maar zijn zoon Ismaël aan God wilde offeren. Ismaël is de stamvader van de Arabieren. Volgens de Islamitische geleerden blijkt dat ook uit de Bijbel omdat in Genesis 22.2 staat dat het om Abrahams enige zoon gaat, en Ismaël was de oudste van de twee. De beproeving moet dus voor de geboorte van Isaak hebben plaatsgevonden. Dat de Bijbel desondanks de naam Isaak noemt is volgens hen een corruptie in de tekst.

de Al-Aqsamoskee
Al-Aqsamoskee, kibla, Jeruzalem, tempelberg
de Al-Aqsamoskee

Aan de zuidkant van de Tempelberg staat de Al-Aqsamoskee, een geel gestuukt heiligdom dat net als de Rotskoepel in Byzantijnse stijl is uitgevoerd. De koepel van de moskee is echter niet van goud, maar van zilver. Ook de Al-Aqsamoskee was oorspronkelijk van hout. De eerste stenen versie is in 705 CE voltooid. Drie keer is de moskee getroffen door een zware aardbeving. Elke keer is ze snel weer opgebouwd. De laatste keer was in 1035 CE.

Na 1035 CE zijn er nog vele verfraaiingen aangebracht. Zo schonk Nur ad-Din de moskee een minbar die in 1187 CE is voltooid. Hij was beroemd vanwege zijn rijk bewerkte hout en ivoor. Tot 1969 CE heeft hij dienstgedaan. Toen werd hij door Denis Michael Rohan in brand gestoken. Deze fanatieke Christen deed dat in de veronderstelling dat hij daarmee de wederkomst van Jezus naderbij bracht.

het religieuze belang van de Rotskoepel en Al-Aqsamoskee

De Tempelberg is de op twee na heiligste plek voor de Islam. Oorspronkelijk was het ook de kibla, dat is de richting waarin Moslims het hoofd moeten buigen voor het gebed. Tijdens zijn gebeden richtte Mohammed zich dus naar de Tempelberg. Totdat God hem openbaarde dat Hij wilde dat Moslims met hun hoofd naar de Kaäba in Mekka baden.

Het religieuze belang van de Tempelberg komt voort uit de nachtreis die Mohammed heeft gemaakt. Die nachtreis bestaat uit twee delen. Het eerste deel, Isra genaamd, voerde de profeet van Mekka naar de Rotskoepel.  Het tweede deel (de Mi’raj) ging van de Al-Aqsamoskee recht omhoog naar de hemel. In de hemel sprak Mohammed  achtereenvolgens met de profeten Adam, Johannes de Doper, Jezus, Jozef, Henoch, Aäron en Abraham, en tenslotte met God zelf. God gaf Mohammed toen de opdracht vijfmaal per dag te bidden.

incidenten rond de Rotskoepel en Al-Aqsamoskee

Sinds de stichting van de staat Israël is de Tempelberg het toneel geweest van een reeks aan incidenten. Hieronder noem ik de belangrijkste vier.

  • Het eerste was de moord op de Jordaanse koning Abdullah I in 1951. Een Palestijn genaamd Mustafa Ashi schoot hem tijdens het vrijdaggebed in de Al-Aqsamoskee dood, omdat hij vreesde dat Jordanië een vredesovereenkomst met Israël zou sluiten.
  • Het tweede was de hierboven al beschreven brandstichting in de minbar.
  • Het derde incident deed zich begin jaren 80 voor toen een complot van Joodse extremisten werd ontdekt. Zij wilden de Rotskoepel en Al-Aqsamoskee opblazen in de hoop daarmee een Joods-Islamitische oorlog uit te lokken. Ze dachten dat Israël die oorlog zou winnen en na die overwinning kon dan de bouw van de derde tempel beginnen.
  • Het vierde was het bezoek van Ariel Sharon in 2000. Omringd door duizend soldaten bezocht hij de Tempelberg. De Palestijnen vatten dat op als provocatie en reageerden met de Tweede Intifada, een opstand die vijf jaar duurde en 1000 Israëlische en drie tot vier keer zoveel Palestijnse levens kostte.

Ook nu is de Tempelberg nog regelmatig in het nieuws. Het is de plek waar jonge Palestijnen naartoe trekken om hun onvrede met de huidige politieke situatie te uiten. Vaak leidt dat tot geweld tussen hen en de Israëlische politie.