het Colosseum

Colosseum Rome, Flavisch Amfitheater
het Colosseum

Het Colosseum is de drukst bezochte  toeristenattractie ter wereld en een van de zeven nog bestaande wereldwonderen.

Het gebouw diende als arena en had een capaciteit van 50.000 toeschouwers. Daarmee was het het grootste amfitheater van de oudheid.

In tegenstelling tot de Griekse theaters was het gebouw volledig vrijstaand. Dat kon, doordat de Romeinen een revolutionair nieuw bouwmateriaal hadden ontdekt: beton, waar ze vulkanische as aan toevoegden.

de bouw en financiering

In 70 CE besloot keizer Vespasianus tot de bouw van het Colosseum. Of eigenlijk van het Amfitheatrum Flavium, want zo noemde hij het, naar zichzelf: Titus Flavius Vespasianus. De keizer koos een bijzondere locatie voor zijn arena, namelijk de plaats waar het paleis van zijn voorganger Nero had gestaan. Dat deed hij om politieke redenen. Hij wilde: 1. alle herinneringen aan de afgezette despoot uitwissen en 2. diens grond symbolisch aan het volk teruggeven.

Bij de westelijke hoofdingang van het gebouw is een inscriptie aangebracht die informatie geeft over de herkomst van het geld dat Vespasianus voor de bouw gebruikte. Hoewel de inscriptie later is overschreven, heeft professor Alföldy de originele tekst weten te reconstrueren. Uit die reconstructie blijkt dat Vespasianus het Colosseum heeft laten bouwen uit oorlogsbuit. Die buit kan slechts in één oorlog zijn vergaard: de Joodse oorlog, die in 70 CE door de Romeinen is gewonnen.

De keizerlijke geschiedschrijver Josephus schreef over die buit uit Judea. In zijn verslag over de Joodse oorlog lezen we dat Vespasianus “dankzij de voorzienigheid over een enorme rijkdom kon beschikken“. Die rijkdom bestond niet alleen uit geld en kostbaarheden, maar ook uit slaven. In groten getale hebben zij aan het Colosseum meegebouwd.

de gladiatorengevechten

Vespasianus heeft de opening van zijn amfitheater niet meer meegemaakt. Zijn zoon en opvolger Titus heeft het Colosseum afgebouwd en ingewijd. De Romeinse historicus Cassius Dio beschreef die inwijding. De alinea’s hieronder zijn gebaseerd op zijn werk.

Een belangrijk onderdeel van de inwijding vormden de gladiatorengevechten. Bekend zijn de tweekampen, vaak tussen ongelijk bewapende strijders. Slechts zelden leidden die tot de dood. De meeste duels eindigden door verwonding en opgave.

Daarnaast stonden de gladiatoren ook in linies tegenover elkaar. In twee teams vochten ze dan een infanterieslag uit. Gedurende die strijd toonden de vechtersbazen niet alleen hun individuele kwaliteiten; ook een goede onderlinge samenwerking was onontbeerlijk voor de overwinning.

ander vermaak in het Colosseum

Cassius Dio spreekt niet van ‘het Colosseum’ of van ‘het Amfitheatrum Flavium’, maar van ‘het jachttheater’. Een groot deel van de optredens bestond namelijk uit jacht op wilde dieren. Alleen al tijdens de inwijding werden er 9.000 dieren gedood. Volgens Dio traden niet alleen mannen als jager op, maar ook vrouwen. Bijna verontschuldigend voegde hij daaraan toe, dat de dames niet tot de hoogste stand behoorden.

De meest opmerkelijke voorstelling die Dio beschrijft, is een zeeslag: “Plotseling liet Titus de arena vollopen met water en bracht paarden en stieren naar binnen, die zich in dat element net zo thuis voelden als op land. Ook voeren er mensen op schepen de arena in die een zeegevecht tussen de Korkyreeërs en de Korinthiërs naspeelden“.

Zeeslagen waren populair bij de Romeinen. Ze lieten er speciale “naumachieën” voor uitgraven. Dat waren kunstmatige meren waar tribunes omheen werden gebouwd. Meestal werden er Griekse oorlogen in nagespeeld. De Romeinen zelf waren namelijk geen al te goede zeevaarders.

executies

Tot de vele shows die de keizer aan het volk aanbood, behoorden ook de executies. Vaak vulden die de gaten tussen de jachtpartijen en de gladiatorengevechten op. In twee groepen werden de veroordeelden dan de arena ingedreven. De eerste groep bestond uit Romeinse burgers, de tweede uit mensen zonder burgerrecht. De burgers werden “genadig” behandeld: ze stierven door het zwaard. De overigen bereikten hun einde op een pijnlijkere wijze.

Zoals bekend is uit de verhalen over de Christenvervolging kenden de Romeinen drie manieren om met minder bedeelde misdadigers om te gaan: voor de leeuwen werpen, levend verbranden, of kruisigen. Of het publiek een voorkeur had, is onbekend. Voor de veroordeelden lag dat anders, want de kruisiging was veruit de akeligste van de drie executiewijzen. Het duurde namelijk wel drie dagen voordat de dood daarbij intrad. Al die dagen hing de veroordeelde aan zijn polsen en enkels te creperen.

Vanwege haar gruwelijke karakter was de kruisiging de aangewezen dood voor opstandige slaven. Slaven bezaten namelijk niets, zelfs geen familie, daarom moesten de Romeinen ervoor zorgen dat ze toch nog wat te verliezen hadden.

In mijn roman ‘De Derde Tempel‘ beschrijf ik zo’n kruisiging. Clemens wordt als slaaf gedwongen ernaar te kijken. “Omdat onze meester het afschuwelijk zou vinden als een van ons zoiets overkwam“, zegt zijn bewaker. “Om me te knechten, bedoel je“, antwoordt hij.