het Forum Romanum

forum romanum
het Forum Romanum

Het Forum Romanum was de belangrijkste openbare ruimte in het klassieke Rome. Het plein was het religieuze, politieke, financiële en juridische centrum van de stad.

Rondom het forum stonden instituten als: de Curia, de Regia, de tempel van Vesta, de tempel van Saturnus, de Basilica Aemilia, de Basilica Julia en de Mamertijnse gevangenis. En op het plein zelf vonden de volksvergaderingen plaats.

Kortom: het Forum Romanum was het hart van het Romeinse rijk. Alle wegen kwamen er ook samen.

de Curia en het Comitium

Tijdens de Romeinse republiek lag de macht in handen van de patriciërs en de plebejers. De patriciërs vormden de elite. Zij vergaderden in de Curia (de senaatszaal), het meest westelijke gebouw aan het Forum Romanum. De plebejers kwamen buiten samen, op het Comitium, het deel van het plein dat voor de Curia lag. Daar werd het volk vanaf de Rostra (het katheder) door hun tribunen toegesproken.

Ook de consuls maakten gebruik van de Rostra om het volk toe te spreken. Het spreekgestoelte stond dan ook direct voor de uitgang van de senaat. De Rostra was het trotse symbool van de Romeinse democratie. Totdat Marcus Antonius er het hoofd en de handen van zijn overwonnen vijand Cicero aan vast liet timmeren.

Tijdens de keizertijd, die daarop volgde, boette de senaat fors aan macht in. En het volk had al helemaal niets meer te vertellen. Het enige wat ze nog hadden was hun Rostra. Dat gebruikten ze als een soort “Speaker’s Corner“, een plek waar iedereen zijn hart kon luchten. Wat overigens niet altijd ongevaarlijk was.

de Romeinse staatsreligie

Aan de oostzijde van het Forum Romanum stond de Regia, een herenhuis dat als de ambtswoning van de Pontifex Maximus fungeerde, de belangrijkste geestelijke van het rijk.

De Romeinen vereerden tal van Goden. En al die goden hadden hun eigen tempels en priesters. Tezamen vormden die priesters het college van pontifices. En de Pontifex Maximus zat dat college voor.

De Pontifex Maximus was de hoogste Romeinse geestelijke, en als zodanig de hoeder van de staatsgodsdienst. Hij stelde de kalender vast en hij sprak sacraal recht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de paus zich na de val van Rome de titel Pontifex Romanus toe-eigende. De pauselijke ambtstermijn heet sindsdien ook het pontificaat.

de tempel van Vesta
tempel van Vesta
tempel van Vesta

Schuin achter de Regia, op een hoekje van het Forum Romanum, stond de tempel van Vesta; een rond gebouwtje dat was gewijd aan de maagdelijke godin Vesta. Centraal in de tempel stond geen standbeeld van de godin, maar brandde een haardvuur. Op munten werd Vesta dan ook vaak als vuur afgebeeld.

Alleen de zes Vestaalse maagden mochten haar tempel binnen. Het was een eer om tot die functie te worden uitverkoren. Uitsluitend jongedames uit de hoogste stand viel die eer te beurt.

Veel hoefden de maagden niet te doen: ze moesten het vuur brandende houden, het Palladium bewaken en hun kuisheid bewaren.

Toen Rome ontstond, was het vuur belangrijk. Vuur maken was destijds een hele kunst en daarom wilde de stad niet dat het uitging. Als dat toch gebeurde, kregen de maagden straf. Een forse straf, want ze werden dan hard afgeranseld.

Hoewel Vesta dus geen standbeeld had, stond er wel een ander beeld in haar tempel: het Palladium. En dat was meteen het heiligste beeld van Rome. Het was een houten beeld van de Griekse godin Pallas Athene, door de Romeinen Minerva genoemd. Volgens de legende kwam het Palladium uit Troje en was het door Aeneas op zijn vlucht naar Rome meegevoerd. Het beeld beschermde Rome. Zolang het Palladium voor Rome behouden bleef, bleef Rome behouden. Althans: dat was het algemene geloof.

En het Palladium bleef behouden. Alle branden heeft ze overleefd. De Vestaalse maagden verzaakten nooit. Ze bewaakten het beeld met hun leven. Wel raakten ze af en toe hun kuisheid kwijt. En voor hen was dat letterlijk een doodzonde. Een gruwelijke dood volgde, want de straf erop was levend worden begraven.

het Forum Romanum als financieel en juridisch centrum

Een andere tempel die aan het Forum Romanum stond, was de tempel van Saturnus. Die tempel diende niet alleen een religieus doel, maar had – zoals veel tempels in de oudheid – ook een maatschappelijke functie. In de kelder van de tempel bewaarden de Romeinen namelijk hun schatkist.

Al dat geld trok een hoop mensen aan. Die verzamelden zich in de Basilica Aemilia, die schuin tegenover de tempel van Saturnus stond. In het gebouw huisden handelaren, woekeraars en geldwisselaars.

Als er een geschil tussen hen ontstonden werd dat pal aan de overkant van het Forum Romanum beslecht. Daar stond namelijk de Basilica Julia, het gerechtshof. Dat was een enorm gebouw waarin wel 180 rechters zitting hadden. De rechtszaken waren openbaar en de belangstelling ervoor was groot. Als er beroemde advocaten optraden, waren de zalen afgeladen. De Romeinen bewonderden begaafde sprekers. Oratoren als Cicero en Quintilianus werden op handen gedragen.

In mijn roman ‘De Derde Tempel’ laat ik Quintilianus als advocaat van Josephus optreden. Het betreft een waargebeurd proces waarin Josephus verdacht wordt van hulp aan Joodse opstandelingen. Josephus zelf beschreef het in zijn autobiografische ‘Vitae Iosephus’.  De rechtszaak liep goed voor hem af: keizer Vespasianus sprak hem vrij. Op grond van Joodse bronnen is dat ook meer dan terecht. Josephus stond te boek als de grootste collaborateur uit hun lange geschiedenis. Iemand die uitsluitend de Romeinen hielp, nooit de Joden.