Mamertijnse gevangenis

Mamertijnse gevangenis, Carcer
de Mamertijnse gevangenis

De Mamertijnse gevangenis was de staatsgevangenis van het klassieke Rome. In de kerkers ervan hebben beroemde gevangenen als Vercingetorix en Petrus vastgezeten.

De gevangenis is uitgehouwen in de voet van het Capitool aan de kant van het Forum Romanum. De ingang ligt enkele honderden meters van de Basilica Julia, het gerechtshof indertijd.

strafrecht in het oude Rome

Celstraf kenden de Romeinen niet. Misdadigers zaten slechts in de gevangenis totdat hun straf kon worden uitgevoerd. Die straffen varieerden. De bekendste waren geldboetes, lijfstraffen, verbanning en de doodstraf.

Verbanning was een veel voorkomende straf, omdat moordenaars en andere zware misdadigers er vrijwillig voor konden kiezen. Dat moesten ze dan wel doen vóórdat het doodvonnis over hen was uitgesproken. De verbanning was levenslang. Wanneer iemand toch uit ballingschap terugkeerde, volgde de doodstraf.

In de doodstraf waren de Romeinen creatief. Beroemd zijn de kruisiging, de brandstapel en het voor de leeuwen werpen. Maar er waren nog tal van andere methoden. Vercingetorix stierf bijvoorbeeld door wurging. Vestaalse maagden die hun kuisheid verloren werden levend begraven. En in de Mamertijnse gevangenis waren ze gespecialiseerd in het uithongeren van hun gedetineerden.

het Tullianum
Mamertijnse gevangenis, Tullianum
het Tullianum

De Mamertijnse gevangenis bedekte vroeger de hele voet van het Capitool. Tegenwoordig zijn er nog slechts twee kerkers over. De bovenste heet de Carcer, de onderste het Tullianum. De twee liggen boven elkaar en zijn verbonden door een gat in de vloer van de Carcer. Dat gat was vroeger de enige toegang tot het Tullianum.

Vrijwel alle gevangenen  die door het gat verdwenen, kwamen niet meer levend omhoog. De hongerdood wachtte hen namelijk beneden. Lange donkere dagen zonder eten en drinken tot uiteindelijk de dood verlossing bracht. Daarna gooiden de bewakers hun lijk van de trap die langs de gevangenis liep en werd het onderaan door het publiek verminkt. Nadat iedereen de kans had gekregen om zijn woede erop te koelen, verdween het lichaam in de Tiber.

Christenen in de Mamertijnse gevangenis

Iemand die wel weer levend uit het Tullianum is gekomen, is Petrus, de eerste paus van Rome. Het mocht hem echter niet baten. Buiten wachtte hem namelijk de kruisdood. Ter ere van Petrus staat er een altaar in het Tullianum opgesteld. Zoals u op de foto hierboven kunt zien, hangt het kruis (in het oranje gedeelte) omgekeerd. Dat is geen vergissing, want volgens de Katholieke traditie is Petrus ondersteboven gekruisigd.

Ook Paulus zou volgens een middeleeuwse legende in de Mamertijnse gevangenis hebben gezeten. Volgens velen is hij daarna door Nero onthoofd. De eerste brief van Clemens spreekt dat echter tegen. Volgens die bron is hij na zijn gevangenschap verbannen.

Petrus en Paulus zijn de beroemdste Christelijke gevangenen, maar zeker niet de enigen. Tijdens de Christenvervolgingen door Nero en Domitianus zat de Mamertijnse gevangenis regelmatig vol. In mijn roman ‘De Derde Tempel‘ kon ik dan ook niet om dit oord van verderf heen. Ik gebruik het als decor voor de sterfscène van Anacletus.