de Vredestempel

Vredestempel, Templum Pacis, Pax
de Vredestempel

Volgens Plinius de Oudere behoorde de Vredestempel tot de drie mooiste gebouwen ter wereld. Slechts de Basilica Aemilia en het Forum van Augustus evenaarden het heiligdom in pracht.

Ruim een eeuw later bleek het bouwwerk nog niets van zijn glans te hebben verloren. De historicus Herodianus roemde de tempel als “mooiste en grootste gebouw van de stad“. Volgens zijn beschrijving was het ook “de rijkste van alle tempels, volgepakt met gouden en zilveren wijgeschenken …

de bouw van de tempel

Keizer Vespasianus was de bouwheer van de tempel. In 71 CE  nam hij het besluit daartoe. Volgens Flavius Josephus, de keizerlijke geschiedschrijver, kon Vespasianus een enorm kapitaal voor de bouw vrijmaken. Dat kapitaal had hij verworven tijdens de Joodse oorlog. Als straf voor hun opstand had de keizer de Joden namelijk alles afgenomen, niet alleen hun goederen, ook hun vrijheid.

De Joodse gevangenen vormden een voornaam deel van de buit die de Romeinen uit Judea meevoerden. Een goede slaaf bracht namelijk meer dan een jaarsalaris op. Omdat de transportkosten in de oudheid hoog waren, werden de meeste Joodse slaven in het Midden-Oosten verkocht. Alleen de allersterkste of -mooiste slaven vonden hun weg naar Rome. Daar werkten ze in huishoudens, of aan bouwprojecten als het Colosseum en de Vredestempel.

de inrichting van de Vredestempel

Centraal in de Vredestempel stond Pax, de godin van de vrede. Haar beeld was echter niet het enige waarvoor de mensen naar de tempel kwamen. De tempel hing namelijk vol met kunst. Josephus schrijft daarover: “alle kunst die vroeger verspreid was over de wereld, (…) werd hier verzameld en tentoongesteld“. Volgens Plinius betrof het met name kunst die door Nero geroofd was om zijn paleis te vullen.

tempelschatten, vredestempel, triomftocht titus, menora
triomftocht Titus

Maar ook andere roofkunst vond haar weg naar de Vredestempel. Het bekendste voorbeeld is wel de menora uit de Joodse tempel, die Titus tijdens zijn triomftocht meevoerde (zie de afbeelding hiernaast).

Maar dat was niet het enige Bijbelse voorwerp. Volgens Josephus kreeg de hele inventaris van de Joodse tempel in de Vredestempel een plek. Alleen de thorarol en de voorhang van het Heilige der Heiligen niet. Vanwege het grote religieuze belang daarvan bewaarde Titus die in het keizerlijk paleis.

waarom liet Vespasianus de Vredestempel bouwen?

De Romeinse historicus Suetonius schrijft in zijn biografie over Vespasianus: “over heel de Oriënt had zich een oud geloof verspreid dat mensen uit Judea zich in die tijd meester zouden maken van de wereldheerschappij“. Uit de Bijbel weten we dat ook de Joden dat geloof aanhingen. Zij noemden hun komende wereldheerser ‘de vredevorst’, of ‘de messias’. Keizer Vespasianus nam dat oosterse geloof serieus en zijn beleid was erop gericht om zelf die titel ‘vredevorst’ te verwerven. Hij hoopte daarmee een stevig fundament onder zijn keizerschap te leggen.

Op verschillende manieren probeerde hij zijn onderdanen voor zijn aanspraak te winnen. Om te beginnen natuurlijk door de Joodse oorlog te winnen: na de val van Jeruzalem heerste er vrede in het hele rijk. Vespasianus ging er prat op dat hij die vrede had gebracht. En na afloop van de oorlog sloot hij de deuren van de tempel van Janus. Dat was een oude Romeinse traditie. Tijdens een langdurige vrede sloten ze de oorlogsgod op in zijn tempel. Zijn hulp was niet meer nodig.

De inwijding van de Vredestempel (in 75CE) vormde het sluitstuk van het keizerlijk beleid. Het was een tempel gewijd aan Pax, de personificatie van de vrede. Maar, zoals ik hierboven al schreef, kreeg niet alleen het beeld van de godin er onderdak. Vespasianus bracht ook alle schatten uit de verwoeste Joodse tempel erin onder. De symbolische waarde van die daad was groot: de Joden werden geïntegreerd in het rijk. Om hun offerdienst te kunnen blijven uitvoeren, werden ze afhankelijk van de keizer.

Vespasianus als messias

De vraag is natuurlijk of het keizerlijk beleid ook werkte. De Romeinse historicus Tacitus schreef over het geloof in de komende messias: “deze mysterieuze profetie had in werkelijkheid naar Vespasianus en Titus gewezen (…)“. In de Flavische tijd waren er maar weinig Romeinen die aan die uitleg twijfelden. Niemand waagde het om Vespasianus’ aanspraken op de titel ‘vredevorst’ te betwisten. En daar profiteerden ook de zoons van Vespasianus van: zowel Titus als Domitianus zijn later tot keizer uitgeroepen.

Maar hoe dachten de Joden over Vespasianus? De enige stroming die de oorlog had overleefd, waren de Farizeeën. En hoewel die het keizerlijk gezag aanvaardden, zijn er geen aanwijzing dat zij meegingen in de messianistische ambities van de keizer. Eén Jood deed dat wel: Flavius Josephus. In zijn verslag van de Joodse oorlog schreef hij over de messias: “Zij (= de Joodse opstandelingen, red.) dachten dat die profetie op henzelf sloeg. En veel van hun wijze mannen zijn daardoor op een dwaalspoor beland. Terwijl het orakel toch overduidelijk naar de heerschappij van Vespasianus verwees“. Deze opmerking is de keizer niet ontgaan. Als dank ontving Josephus een landgoed, een staatstoelage en een standbeeld. In mijn roman ‘De Derde Tempel‘ komt dat standbeeld in de Vredestempel te staan, pal naast de menora, tot verbijstering van de andere Joden.