het verhaal

het geroofde tempelgoud

Het verhaal van ‘De Derde Tempel’ draait om het (historische) complot tegen de Romeinse keizer Titus Flavius Domitianus.

Het Romeinse volk haat Domitianus. Zozeer zelfs, dat er tientallen aanslagen op hem zijn gepleegd. Al die aanslagen heeft de keizer weten te overleven, dankzij een sluitende beveiliging en een wijdvertakte inlichtingendienst.

De beveiliging van de keizer is het werk van de Pretoriaanse garde, het best getrainde en betaalde legerkorps ter wereld. Iedereen die in Domitianus’ buurt komt, fouilleren de pretorianen tot op het bot. Ook alles wat de keizer eet wordt met argusogen in de gaten gehouden. Er zit geen enkel patroon in de aanlevering van ingrediënten, de keuken is streng beveiligd en elk gerecht wordt voorgeproefd. Bovendien slikt Domitianus elke avond preventief een dosis antigif. De keizer lijkt niets te kunnen overkomen. Totdat iemand een lek in de beveiliging vindt.

de protagonisten

Het complot is het werk van slechts drie man: Josephus, Quintilianus en Clemens. Verdere hulp van buiten hebben ze niet nodig. Daardoor is de kans op ontdekking miniem. Alleen op de dag van de aanslag zelf kan hun plan fout lopen.

De roman begint ’s ochtends vroeg, een uur voordat Josephus naar het paleis moet. Quintilianus is daar dan al met de voorbereidingen bezig.  Ook Clemens staat paraat om zijn aandeel te leveren. Hij doet dat echter vanuit het kantoor van de beoogde nieuwe keizer, een neef van Domitianus. De samenzweerders zien hem als de man, die het Romeinse rijk naar een nieuwe toekomst moet leiden.

hun motieven

Het verhaal over het verloop van het complot wordt afgewisseld met terugblikken. Die maken duidelijk hoe de drie samenzweerders tot hun voornemen zijn gekomen.  Alle drie hebben ze zowel een positief als een negatief motief om keizer Domitianus te vermoorden.

Josephus is na de Joodse oorlog naar Rome gevlucht. In die stad is hij volledig afhankelijk van de goedgunstigheid van de keizer. Hij woont in een huis dat Domitianus toebehoort en leeft van een staatstoelage. De keizer heeft hem dus volledig in zijn macht. Domitianus misbruikt die macht om Josephus te treiteren. Bij elke audiëntie worden de vernederingen die hij verzint grover. 25 jaar jaar lang heeft Josephus ze gedragen, maar nu kan hij dat niet langer. De enige kans die hij nog ziet, is om Domitianus te vermoorden. Daarmee ruimt hij niet alleen zijn kwelduivel uit de weg, maar schept hij ook de mogelijkheid naar Jeruzalem terug te keren om daar de derde Joodse tempel te bouwen.

Quintilianus heeft één grote liefde in zijn leven gekend. Tien jaar heeft het huwelijk met die vrouw geduurd, toen stierf ze. Quintilianus geeft Domitianus de schuld van dat overlijden en wil wraak. Zijn vrouw krijgt hij met de moord niet terug, maar het geeft hem wel iets anders: de beoogde troonopvolger heeft hem namelijk het Gouverneurschap over Sicilië beloofd. Op dat eiland wil Quintilianus in de voetsporen van de filosoof Plato treden door in de stad Syracuse de heilstaat te stichten die Socrates voor ogen stond.

Clemens is Christen. Het Christendom is een nieuwe sekte binnen het Romeinse Rijk die door Domitianus te vuur en te zwaard wordt bestreden. Dagelijks laat de keizer gelovigen executeren. Door Domitianus te vermoorden hoopt Clemens zijn broeders en zusters te redden. En zijn verwachtingen reiken nog verder, want ook de beoogde troonopvolger is een Christen. Door hem aan de macht te brengen, brengt hij het Koninkrijk Gods nabij.

spanningen

Door de extreme beveiliging van de keizer is de aanslag al een waagstuk op zich. Het risico voor de samenzweerders neemt nog toe als zich in de loop van de dag spanningen tussen hen manifesteren.

De hoogleraar Quintilianus behandelt zijn twee kompanen vanuit de hoogte. Hij ziet hen als provincialen die het aan ontwikkeling en fijnzinnigheid ontbreekt. Gelukkig lukt het Josephus en Clemens om zijn arrogantie te negeren.

Wat ze echter niet kunnen beheersen zijn de gevoelens die tussen hen beiden leven. Vijfentwintig jaar eerder stonden ze in de Joodse oorlog lijnrecht tegenover elkaar. Clemens kan dat maar niet vergeten. Hij verwijt Josephus diens ‘verraad’ in die tijd. Zelf ziet Josephus dat anders. Bij hoog en bij laag houdt hij vol dat juist hij aan de goede kant streed. De emoties lopen zo hoog op dat Quintilianus zijn leven moet wagen om de gemoederen te sussen.

een voorproefje

De zes hoofdstukken van de roman zijn strikt vanuit het perspectief van één van de protagonisten geschreven. In hoofdstuk I en IV Op mijn bladzijde ‘proefwerk‘ heb ik uit elk van die zes hoofdstukken twee bladzijden gepubliceerd om een eerste indruk van het verhaal en de karakters te geven. De lezer die in indruk wil van hoe ik de verhaallijn uitwerk, raad ik die bladzijden van harte aan.