de Joodse oorlog

de joodse oorlog
de verwoesting van de Joodse tempel

Als we over ‘de Joodse oorlog spreken’, hebben we het nu, bijna tweeduizend jaar later, nog steeds over de oorlog die van 66 tot 70 CE in Judea woedde. De gevolgen van die oorlog waren enorm. Jeruzalem werd verwoest en er stierven rond een miljoen Joden.

De Joodse oorlog was een strijd tussen Joden die een onafhankelijkheid Judea wilden en de supermacht Rome die elke opstand in het rijk met harde hand de kop in drukte.

Het was een ongelijke strijd. In aantallen hadden de Joden misschien wel het overwicht, maar in discipline, training en bewapening waren ze veruit de mindere. De Joodse oorlog had ook eerder afgelopen geweest, als er in Rome geen burgeroorlog was uitgebroken. De commandant van de Romeinse troepen in Judea, Vespasianus, speelde in die oorlog een belangrijke rol. In 69 CE stuurde hij zijn troepen naar Rome om daar de orde te herstellen en tegelijkertijd het keizerschap voor zichzelf op te eisen. Zijn zoon Titus liet hij in Judea achter om de Joden te bevechten.

het beleg van Jeruzalem

De grootste opgave waarvoor Titus stond, was de inname van Jeruzalem. De stad lag bovenop een berg en was omringd door drie forse muren met zware wachttorens. Water had de stad door haar natuurlijke ligging voldoende. Alleen door een directe aanval of door uithongering kon hij de verdedigers op de knieën dwingen. Titus koos voor een combinatie van die twee. Hij begon met het bouwen van een serie legerplaatsen rond Jeruzalem om de stad van de buitenwereld af te sluiten en liet daarna belegeringswerktuigen maken om de muren en torens mee aan te vallen.

Zijn aanval richtte zich om te beginnen op de buitenste muur. Met belegeringstorens en terrassen probeerde hij zijn manschappen op grotere hoogte te krijgen dan de verdedigers om ze te kunnen beschieten. Zodra hij dat voor elkaar had, zette hij stormrammen in om de muren omver te beuken. De Joden konden zich daartegen niet verweren, omdat ze bij elke poging om de stormrammen aan te vallen door boogschutters en katapults van hun muren werden geschoten.

Nadat de derde muur was gevallen, trokken de Romeinen de benedenstad in die door de Joden was verlaten, en vielen de tweede muur aan. Die muur viel al na enkele dagen. Toen de Romeinen echter de stad erachter wilden innemen, werden ze met flinke verliezen door de Joden weer naar buiten gedreven. Nadat de muur voor de tweede keer was ingenomen, liet Titus hem zekerheidshalve meteen afbreken, zodat de Joden er niets meer aan konden hebben.

de vernietiging van de Joodse tempel

De binnenste muur was het hoogst en sterkst. Ook al omdat hij grotendeels door diepe ravijnen werd omgeven. De enige kant waarvan de Romeinen de muur konden aanvallen, was de noordkant. Op die plek had ooit de burcht Antonia gestaan, maar die was aan het begin van de Joodse oorlog door de Joden zelf afgebrand. Alleen de fundamenten stonden nog overeind en die wisten de Romeinen na een verwoede strijd in te nemen.

De al veroverde delen van Jeruzalem werden nu volledig door de Romeinen gesloopt. Het puin ervan gebruikten ze om bij de burcht Antonia een begeringshelling op te werpen om de stad mee in te nemen. Op 29 augustus 70 CE lukte hen dat. Ter vergelding van de opstand van de Joden maakten ze hun hele stad met de grond gelijk. Ook de beroemde tweede Joodse tempel verwoestten ze.

een nieuwe Joodse orde

In de eeuwen voor de Joodse oorlog vormden de priesters de leidende klasse onder de Joden. Hun macht was gefundeerd op de tempel, de woning van God, die zij beheerden. Alleen daar konden de Joden offers brengen om de goedgunstigheid van God af te smeken. Met de vernietiging van de tempel verdween hun machtsbasis en raakten de priesters hun leidende positie kwijt.

De Farizeeën vulden het machtsvacuüm op. Dat konden ze door een samenloop van twee oorzaken. De eerste was hun kennis van de Thora. Ze waren schriftgeleerden die bij het Joodse volk in hoog aanzien stonden. Daaraan ontleende ze voldoende gezag om zich als leiders te kunnen opwerpen. Het tweede was hun neutraliteit tijdens de Joodse oorlog. Een beroemd verhaal is dat van hun leider Jochanan ben Zakkai die in een doodskist Jeruzalem ontvluchtte om afstand van de opstand te nemen. Voor die neutrale houding hebben de Romeinen hen na de oorlog beloond met privileges. Zo mochten de Farizeeën in Javne een universiteit oprichten om de Joden in de Thora te onderwijzen.

winnaars en verliezers van de Joodse oorlog

De Romeinen hadden de Joden verslagen, maar zij waren niet de enige winnaars. Ook de Joden die aan Romeinse zijde hadden meegevochten, profiteerden volop van de Joodse oorlog.

De beroemdste van hen was de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. Als dank voor zijn hulp aan de Romeinen heeft keizer Vespasianus hem beloond met een staatstoelage, een herenhuis en uitgestrekte landerijen. Zijn verraad beschrijf ik op een andere pagina van deze website.

In militair opzicht waren koning Agrippa en zijn zuster Berenice belangrijkere bondgenoten voor de Romeinen. Met hun enorme vermogen wierven ze huurlingenlegers aan die aan de zijde van de legioenen meevochten. De beloning daarvoor ontving Agrippa in 75 CE, toen hij tot prefect over het oostelijk deel van het Romeinse rijk werd benoemd.

Met de opstandelingen liep het minder goed af. De mensen die in directe gevechten sneuvelde, hadden geluk. Degenen die de strijd overleefden, wachtte namelijk een zwaarder lot: eerst de honger tijdens het beleg, die ze niet alleen uitputte, maar ook krankzinnig maakte en daarna de inname van hun stad, waarbij de Romeinen hun bezit roofden, hun vrouwen en dochters verkrachtten en erop los moordden.

Degenen die de Joodse oorlog hadden overleefd, dreven de Romeinen bijeen in kampen. Velen van hen stierven in de arena. Gekruisigd of als prooi voor wilde beesten vormden ze het vermaak voor de Romeinse soldaten en hun bondgenoten. Alleen de allersterksten en gezondsten bleven over. Zij gingen als slaaf naar Rome.

In mijn roman ‘De Derde Tempel‘ komen de bondgenoten van de Romeinen, de neutralen en de opstandelingen alle drie aan het woord. Het gaat mij er niet om een voorkeur voor een van hen uit te spreken, maar om de spanning tussen hun standpunten voelbaar te maken.