Herodes Agrippa II

koning Herodes Agrippa II
koning Herodes Agrippa II

Herodes Agrippa II, die in het degelijks leven de Romeinse naam Marcus Julius Agrippa droeg, was een achterkleinzoon van de Bijbelse koning Herodes de Grote.

Ook Agrippa’s vader, Herodes Agrippa I, was bekend. Hij was namelijk de laatste koning der Joden. Keizer Caligula had hem als zijn marionet op de troon van Judea gezet.

Zoals veel zonen van vazalkoningen, werd Herodes Agrippa II opgevoed aan het keizerlijk hof. In dit geval dat van keizer Claudius. In 44 CE, toen hij zeventien was, overleed zijn vader Herodes Agrippa I. Claudius wilde toen Herodes Agrippa II naar Judea sturen om de troon over te nemen, maar diens adviseurs vonden de jongen te jong en wisten de keizer ervan te weerhouden. Van een koninkrijk werd Judea een keizerlijke provincie die door een gouverneur werd bestuurd.

Vier jaar later stierf ook Agrippa’s oom Herodes van Chalkis. Toen vonden de Romeinen hem wel oud genoeg en maakten hem koning over diens rijk. Chalkis was een koninkrijk op de grens van het huidige Libanon en Syrië. Ook ontving Herodes Agrippa II uit de erfenis van zijn oom ook een bijzonder recht: hij mocht namelijk de hogepriester van de Joodse tempel benoemen. Vanwege dat recht had hij er alle belang bij dat die tempel na de val van Jeruzalem weer zou worden opgebouwd.

Herodes Agrippa II in de Bijbel

Herodes Agrippa II duikt op een aantal plaatsen in de klassieke geschiedschrijving op. Daarnaast kennen we zijn naam uit de Bijbel: net als zijn overgrootvader Herodes de Grote wordt Agrippa genoemd in het Nieuwe Testament.

In het boek Handelingen beschuldigden de Joden de apostel Paulus van godslastering omdat hij getuigde van de wederopstanding van Jezus. De pas benoemde gouverneur Porcius Festus wist niet goed wat hij met de zaak aan moest. Hij besloot daarom Agrippa en diens zuster Berenice erbij te halen, aangezien die goed bekend waren met de Joodse gewoonten en religie. Na Paulus gehoord te hebben, besloten de drie dat de apostel niets had gedaan waar straf op stond. Omdat Paulus zich echter zelf op de keizer beriep, stuurden ze hem naar Rome om hem door Nero te laten berechten.

Herodes Agrippa II tijdens de Joodse oorlog

De belangrijkste geschiedschrijver die over Herodes Agrippa II heeft geschreven is Flavius Josephus. Volgens diens verslag van de Joodse oorlog koos Herodes Agrippa II tijdens die oorlog onomwonden de zijde van de Romeinen. Nadat de opstand was losgebarsten, haastte hij zich naar Jeruzalem om de Joden tot vrede aan te sporen. Toen dat niet lukte, stuurde hij de Romeinen duizenden ruiters om hen te helpen de opstand neer te slaan.

Enkele maanden later arriveerden de latere keizers Vespasianus en Titus met hun legers in Judea. Herodes Agrippa II nodigde hen van harte uit in zijn koninkrijk Chalkis om daar het binnenlandse verzet de kop in te drukken. Het werd het begin van een hechte band.

Toen er een jaar later in Rome een burgeroorlog uitbrak, moest Vespasianus zijn Joodse veldtocht onderbreken. Hij dirigeerde zijn troepen naar Rome en greep daar de macht. Herodes Agrippa II steunde hem daarbij. Hij leverde niet alleen hulptroepen, maar schonk ook grote sommen geld om de soldij van Vespasianus’ legioenen te betalen.

Nadat Vespasianus keizer was geworden, beloonde hij Herodes Agrippa II ruimhartig voor diens hulp. In 75 CE benoemde hij hem zelfs tot prefect over Groot-Syrië. Alleen het koninkrijk Judea, de erfenis van zijn vader, heeft Herodes Agrippa II nooit teruggekregen.

In mijn roman ‘De Derde Tempel‘ jaagt Herodes Agrippa II die erfenis wel na. Hij heeft er veel voor over om koning der Joden te worden. De bouw van de derde Joodse tempel ziet hij als een van de belangrijkste instrumenten daartoe. Het lukt hem alleen niet die van de grond te krijgen.