Jochanan ben Zakkai

Jochanan ben Zakkai, farizeeër, Jamnia, universiteit, Javne
Jochanan ben Zakkai

Jochanan ben Zakkai is de vader van het hedendaagse Jodendom. Toen Titus in 70 CE de Joodse tempel met de grond gelijk maakte, verdwenen de offerdienst, de priesters en het Sanhedrin. In plaats daarvan kwamen de studie van de Thora, de rabbijnen en hun universiteit in Javne. Jochanan ben Zakkai was de motor achter die beweging.

Jochanan werd rond het begin van de jaartelling geboren en heeft net als Jezus in Galilea gewoond. Het is dus goed mogelijk de die twee elkaar gekend hebben. Halverwege de eerste eeuw vestigde hij zich in Jeruzalem, waar hij ook zijn studietijd had doorgebracht. Daar werd hij tot een van de leiders van de Farizeeën gekozen; een Joodse stroming die bekend stond om haar kennis van van de Thora en daardoor grote invloed had op het volk.

Aan het begin van zijn leiderschap stond Jochanan ben Zakkai vooral bekend om zijn kritiek op de Sadduceeën, een concurrerende religieuze stroming die geliefd was bij de elite. Toen die hun macht kwijt raakten vond hij zijn eigen lijn.

de Joodse oorlog

In 66 CE brak de Joodse oorlog uit, een massale Joodse  opstand tegen de Romeinse overheersing. Die opstand begon in Jeruzalem, waar het Romeinse garnizoen werd uitgemoord en overheidsgebouwen in brand werden gestoken. Toen vanuit Syrië het Twaalfde Legioen werd gestuurd om de orde te herstellen, werd ook dat verslagen en afgeslacht.

In 68 CE trok Vespasianus met drie Romeinse legioenen Judea binnen en Jochanan ben Zakkai zag al snel in dat de situatie van de Joden hopeloos was. Hij pleitte voor overgave en toen hij geen gehoor kreeg, liet zich in een doodskist de stad uit smokkelen en naar het kamp van Vespasianus brengen. Daar voorspelde hij de veldheer dat deze op korte termijn keizer zou worden. Gevleid liet Vespasianus hem gaan en gaf de Farizeeër toestemming zich met zijn leerlingen in Javne te vestigen.

de vernietiging van de tempel

Volgens de legenden voorspelde Jochanan ben Zakkai ook de inname van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel. Die laatste ramp hield hem al jaren bezig. Hij was namelijk ooit getuige geweest van een wonderbaarlijke gebeurtenis: de massieve tempeldeuren die uit zichzelf open gingen. Uit dat wonder leidde de Farizeeër af dat de verwoesting aanstaande was. In Zacharia 11.1 staat namelijk: “open uw deuren, o Libanon, opdat het vuur uw ceders vertere!” Met “Libanon” bedoelde Zacharia de tweede Joodse tempel, aangezien het dak daarvan op balken van Libanonceder rustte.

De voorspelling van Vespasianus’ keizerschap ontleende Jochanan ben Zakkai aan een andere tekst uit de Thora: Jesaja 10.34 waar staat dat “de Libanon zal vallen door de Machtige”.  Volgens veel schriftgeleerden verwijst “De Machtige” in dat vers naar de Messias. Uit niets blijkt echter dat Jochanan ben Zakkai geloofde dat Vespasianus de verwachtte Messias was. Hij was zelfs sceptisch over de komst van de Messias. Zijn studenten leerde hij erover: als je een loot in je hand houdt en men zegt “kijk, daar is de Messias”, plant dan eerst je boom en begroet Hem pas daarna. Veel Romeinen zagen Vespasianus overigens wel als de Messias en de Joodse priester en historicus Flavius Josephus steunde hen daarin.

Al Jochanans voorspellingen kwamen uit: in 69 CE werd Vespasianus keizer en in 70 CE nam diens zoon Titus de stad in en vernietigde de tempel.

Jochanan ben Zakkai in het naoorlogse Judea

Vóór de Joodse oorlog berustte de macht over het Joodse volk bij de priesters (de Sadduceeën), erna hadden de Farizeeën het voor het zeggen. Die machtswisseling had twee belangrijke oorzaken: 1. de verwoesting van de tempel en 2. de voorkeur van de Romeinen. Hieronder zal ik beide redenen toelichten.

De oorspronkelijke macht van de priesters was gebaseerd op de tempel: God woonde in het Heilige der Heiligen en elk contact met Hem verliep via Zijn priesters. Voor hun bemiddeling met het hoogste gezag werden de priesters betaald. Ze kregen hun deel van de offers die aan God werden gebracht en ontvingen daarnaast van elke Jood een halve sjekel tempelbelasting. Na de vernietiging van de tempel viel dat alles weg. God verhuisde, de offerdienst stopte en de halve sjekel belasting vloeide als ‘fiscus Judaïcus’ in de schatkist van Vespasianus.

Bovendien waren de Romeinen niet vergeten dat de Sadduceeën leiding hadden gegeven aan het begin van de opstand. De Farizeeën stonden daarentegen bekend als vredelievend. Daardoor had de keizer hen liever dan de Sadduceeën als leiders van het volk. Om de positie van de Farizeeën te versterken, bedeelde Vespasianus  hen met voorrechten: ze mochten een universiteit stichten in Javne en hun voormannen namen de taken van de Joodse Hoge Raad (Sanhedrin) over.

Toen de universiteit in Javne met Romeinse hulp tot het centrum van het Jodendom uitgroeide, legde Jochanan ben Zakkai de basis voor een nieuw Jodendom zonder tempel. De synagogen namen de leidende rol van de tempel over, de studie van de Thora nam de plaats van de offers in en de toelichting op de Thora werd vastgelegd in de Misjna. Die structuur houdt tot op de dag van vandaag stand.