gladiator Stephanus

Romeinse gladiatoren, Stephanus
Romeinse gladiatoren

Stephanus is bekend geworden omdat hij keizer Domitianus heeft vermoord. Dat weten we uit twee bronnen: de eerste is de Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, de tweede zijn collega Suetonius. Volgens Dio was Stephanus een vrijgelatene die was uitgezocht om zijn kracht. Volgens Suetonius was hij de zaakwaarnemer van Flavia Domitilla en werd hij verdacht van verduistering. Die beschrijvingen spreken elkaar niet tegen en kunnen dus beide waar zijn.

De getuigenissen die de twee historici van de moord geven, spreken elkaar wel tegen. Dio heeft het namelijk over slaan en Suetonius over steken. In mijn roman ‘De Derde Tempel‘ kies ik voor de lezing van Suetonius. Dat doe ik omdat die het spannendst is. Suetonius beschrijft levendig hoe Domitianus met zijn blote handen het scherp grijpt van het mes waarmee Stephanus hem aanvalt. Daarna rollen de twee mannen worstelend over de grond.

Mijn vermoeden is dat Stephanus in zijn jonge jaren als gladiator in de arena vocht. Daar heb ik verschillende argumenten voor. Allereerst natuurlijk Cassius Dio’s opmerking dat Stephanus was uitgezocht om zijn kracht. Ten tweede blijkt uit de beschrijving van de moord door Suetonius dat Stephanus met wapens kon omgaan. Dat laatste kon hij niet in het leger hebben geleerd omdat hij slaaf was geweest. Hij moet die ervaring dus ergens anders hebben opgedaan. In de derde plaats betekent de naam Stephanus “overwinningskrans” en zegevierende gladiatoren werden met een lauwerkrans geëerd.

Meer gegevens dan die hierboven hebben we niet over Stephanus. Ik heb het karakter verder zelf moeten uitwerken. De Stephanus in mijn roman ‘De Derde Tempel’ is zwijgzaam. Hij is een vrijgelatene van Flavia Domitilla en beschermt haar als lijfwacht. De enige andere informatie die ik over hem kan geven, is algemene informatie over zijn jeugd als gladiator.

Stephanus als gladiator

Net als onze huidige maatschappij kenden de Romeinen een bloeiende vermaaks- en vrijetijdsindustrie. Televisie, films of computergames waren er nog niet, maar Rome beschikte wel over talloze andere bronnen van vertier. De bekendste daarvan zijn wel de gladiatoren. In de arena stonden ze tegenover elkaar en vochten tot de dood erop volgde. Dat is althans het gangbare beeld dat we er nu van hebben. Dat beeld is niet helemaal juist. Bij de meeste gevechten besliste de scheidsrechter namelijk wie er had gewonnen en liep ook de verliezer gezond en wel de arena uit. Het was daardoor geen uitzondering dat gladiatoren lange loopbaan hadden.

Gladiatorengevechten werden gehouden in amfitheaters. Het grootste daarvan heet nu het Colosseum. Het werd tussen 75 en 80 CE gebouwd door de Flavische keizer Vespasianus en het droeg toen de naam Amphitheatrum Flavium. Het telde meer dan 50.000 zitplaatsen, ongeveer net zo veel als de Arena in Amsterdam. En de gladiatoren die erin streden, waren ook net zo populair als voetballers nu. Dat blijkt onder meer uit een Pompejaanse graffito met de tekst “Celadus traex suspirium puellarum” (Celadus de Thraciër laat de meisjes zuchten).

Veel mannen kozen daarom voor een carrière in de arena. Mannen uit alle standen: zelfs keizer Commodus vocht als gladiator. En het waren niet alleen mannen, ook vrouwen vochten in het zand. Dat laatste heeft Romeinse overheid regelmatig proberen tegen te gaan. Zo werd er in de eerste eeuw een minimale leeftijdsgrens van 20 jaar voor vrouwen ingevoerd. Die had echter nauwelijks succes. De arena bleef lokken. Totdat uiteindelijk in 200 CE de deelname van vrouwen aan gladiatorengevechten geheel werd verboden.

ander vertier in het klassieke Rome

In mijn roman probeer ik dichtbij het dagelijkse leven van de oude Romeinen te blijven. En vertier was destijds een belangrijke zaak. Zoals Juvenalis schrijft: ‘het volk vraagt nog maar twee zaken, brood en spelen. Daarom gebruik ik het Colosseum als decor voor een scène in mijn roman. En niet alleen het Colosseum ook andere vormen van vertier komen erin voor.

Het Colosseum met zijn 50.000 plaatsen was niet het grootste stadion van Rome. Het Circus Maximus was vele malen groter. Na de verbouw door keizer Domitianus pasten er meer dan 150.000 mensen in. Ze bekeken daar de wagenrennen. Vierspannen van rode, witte, groene en blauwe teams streden op die renbaan om de eer. In zeven ronden legden ze bijna vijf kilometer af. Het publiek op de tribunes kwam niet alleen voor de spanning van de races, velen gokten ook zwaar op de uitslag ervan.

Een Romeins instituut dat nergens ter wereld navolging heeft gekregen, was de naumachia. Hoewel de Romeinen niet zulke goede zeevaarders waren als de Grieken, hadden ze grote belangstelling voor zeeslagen. Om aan die belangstelling tegemoet te komen, liet Julius Caesar een meer uitgraven om daarin klassieke zeeslagen te laten herleven. Latere keizers als Augustus en Domitianus volgden zijn voorbeeld en bouwden hun eigen naumachieën. Ook het Colosseum was zo gebouwd dat de arena onder water kon worden gezet om zeeslagen na te spelen. We weten dat dat bij de opening ook is gebeurd.

cultuur

Cultuur kregen de Romeinen voorgeschoteld in de theaters en odeons. Daarin traden toneelspelers, dichters en musici op. Geluidsversterking bestond toen nog niet, waardoor de zalen in grootte beperkt waren. Toch kende Rome theaters waarin wel 14.000 toeschouwers pasten; het Theater van Marcellus bijvoorbeeld. In die theaters werd echter niet gesproken of gezongen, maar werden pantomime voorstellingen opgevoerd. Zowel de voorstellingen als de pantomimisten waren erg populair. Een van hen, Paris, belandde daardoor in een affaire met keizerin Domitia Longina. De affaire was van korte duur omdat haar man Domitianus zijn rivaal liet vermoorden.

Een vorm van cultuur die in onze tijd nagenoeg is verdwenen, waren de voorleesavonden. Net als de Grieken lazen de Romeinen geen boeken, nee Romeinen lieten zich voorlezen. Iedere Romein van stand had minstens één secretaris in dienst die kon lezen en schrijven. Tot de taken van die secretaris behoorde het ’s avonds voorlezen aan hun meester, diens familie en vrienden. Omdat hun literatuur niet gemaakt was om te lezen, maar om voor te lezen, schreven de Romeinen ook geen proza, maar poëzie. Goede poëzie laat zich aangenaam voorlezen, zeker met muzikale begeleiding.