het kerstfeest

kerst, kerstviering, geboorte Jezus, het kerstfeest
kerststal

Zoals iedereen weet, viert op 25 december de hele westerse wereld feest, het kerstfeest.

Het woord “kerst” in “kerstfeest” stamt etymologisch af van “Christus”. Het kerstfeest is dus niets meer of minder dan het feest ter ere van Jezus Christus.

“Ter ere van de gebóórte van Jezus”, zullen de meeste mensen zeggen. Zoals u aan de kerststal op de afbeelding kunt zien, is dat juist. Het is alleen de vraag of Jezus wel daadwerkelijk op 25 december geboren is. De Christelijke kerk heeft die dag namelijk pas halverwege de vierde eeuw  tot Zijn officiële feestdag aangewezen.

het kerstverhaal in de Bijbel en het vroege Christendom

“De herdertjes lagen bij nachte, zij lagen bij nacht in het veld.” Iedereen kent het liedje wel. Het is ontleend aan het evangelie van Lucas (2:8) en dat is de enige aanduiding die we hebben over het seizoen waarin Jezus geboren is.

Wanneer de betreffende scène zich afspeelde, staat nergens geschreven, maar het kan onmogelijk op 25 december zijn. Rond die tijd komt de nachttemperatuur in Bethlehem namelijk nauwelijks boven het vriespunt uit en dat is te koud voor herders en schapen om buiten te blijven. Bovendien is het regenseizoen dan al lang en breed begonnen.

De vroege Christenen vierden de geboorte van Jezus dan ook niet in de winter. De schrijver Clemens van Alexandrië (ca. 200 CE) noemt drie datums waarop zij dat wel deden: 19 april, 20 april en 20 mei. De eerste gedachte die bij mij opkwam toen ik die drie verschillende datums las, was dat de vroege Christenen het ook al niet wisten. Pas onlangs kwam er een alternatieve verklaring in me op: kalenderverschillen.

de Joodse kalender

Jezus was een Jood en de Joodse kalender was een maankalender. Dat hield in dat de maand begon en eindigde bij nieuwe maan. Twaalf van die maanden duren bij elkaar 354 dagen en om de kalender bij de jaarkalender te laten aansluiten, moest er om de paar jaar een schrikkelmaand worden ingevoegd. Daardoor kon een Joodse datum in een bepaald jaar wel 29 dagen verder liggen dan in een ander jaar.

Dat is onvoldoende om de verschillende datums van Clemens van Alexandrië te verklaren, zult u zeggen, want de uiterste liggen geen 29, maar 31 dagen uit elkaar. Dat klopt. In onze huidige tijd had een dergelijk verschil dan ook nooit kunnen ontstaan. In de tijd van Jezus was dat echter anders. Destijds had men namelijk nog geen gedetailleerde astronomische tabellen, destijds bepaalde men de kalender op grond van observatie met het blote oog.

Zowel het begin van een nieuwe maand, als het moment waarop een schrikkelmaand moest worden ingevoegd, werden bepaald door het moment waarop men, vanaf de muren van Jeruzalem, de nieuwe maansikkel zag. Daardoor was, zeker in bewolkte tijden, een afwijking van een dag geen uitzondering. Daar komt nog bij, dat aan het begin van de derde eeuw het “Juliaanse jaar” al anderhalve dag verschoven was t.o.v. het tropische jaar (waarover hieronder meer). Met die twee wetenswaardigheden in het achterhoofd is het niet uitgesloten dat Jezus op 18 of 19 Iljar van de Joodse kalender geboren is.

25 december en de invoering van de Juliaanse kalender

In de klassieke oudheid werden veel Goden op 25 december vereerd. Bekend zijn de feesten ter ere van de Perzische zonnegod “Mithras” en de Romeinse “Sol Invictus” (= onoverwinnelijke zon). In zijn “Saturnalia” voegt Macrobius daar ook nog eens de Egyptenaren aan toe. Die vierden op 25 december de geboorte van de nieuwe zon.

Dat al die feesten samenvielen, is geen toeval. Want toen Julius Caesar in 45 BCE zijn nieuwe “Juliaanse” kalender invoerde, viel de kortste dag van het jaar op 24 december. En dat maakte 25 december dus de eerste dag dat het licht weer toenam; de winterzonnewende dus, een feest dat al diep in de prehistorie door de mens gevierd werd. Het indrukwekkendste bewijs daarvan vormt de graftombe van Newgrange (uit 3200 BCE).

De invoering van de nieuwe kalender door Caesar was een revolutionaire vooruitgang. We gebruiken die kalender nog tot op de dag van vandaag. Slechts op één detail wijkt de Juliaanse kalender af van onze huidige tijdrekening: het aantal schrikkeldagen.

Caesar had bedacht dat er eens in de vier jaar een extra dag aan het jaar moest worden toegevoegd (de 29ste februari). Het gemiddelde Juliaanse jaar duurde daardoor 365,25 dagen. Dat was een redelijke benadering van het tropische jaar, maar net iets teveel van het goede. Per duizend jaar liep de kalender namelijk 7,81 dagen voor. Caesar was op de hoogte van die afwijking, maar had daar vrede mee. Duizend jaar is een lange tijd, zal hij gedacht hebben.

kerst en de kalender van Philocalus

Voordat ik dieper op die 7,81 dagen in ga, wil ik eerst aandacht besteden aan de kalender van Philocalus. Die is interessant omdat het de oudste jaarkalender is die volledig aan ons is overgeleverd. Hij stamt uit 354 CE.

In deel 6 van de kalender staan de feesten die de Romeinen in dat jaar vierden. Op 25 december wordt het feest “N. Invicti.CM.XXX” vermeld. “CM.XXX” staat hier voor het aantal wagenraces dat op die feestdag moet worden gehouden (in dit geval 30). Wat “N.Invicti” betekent is niet geheel duidelijk. Sommige Christenen menen dat “N.Invicti” voor Jezus staat. Ikzelf acht dat onwaarschijnlijk. Ten eerste omdat deel 6 van de kalender alleen Romeinse feesten noemt, geen Christelijke. En in de tweede plaats omdat Christelijke heiligen destijds (en nu nog steeds trouwens) niet met wagenraces werden vereerd. Dat zou heiligschennis zijn.

De optie dat “N.Invicti” een aanduiding is voor Jezus, is ook in tegenspraak met deel 12 van de kalender. Helemaal bovenaan staat daar namelijk (op 8 januari): “natus Christus in Betleem Iudeae”, oftewel de geboorte van Jezus te Betlehem. Waar die datum 8 januari opeens vandaan komt, is onduidelijk. Toevalligerwijs viert ook de Russisch Orthodoxe kerk haar kerstfeest op die dag, maar tussen die twee vieringen zit geen verband.

vaststelling kerstfeest op 25 december

Een andere toevalligheid was, dat paus Liberius exact in hetzelfde jaar als waarover de kalender van Philocalus gaat (354 CE), besloot om het kerstfeest op 25 december te vieren. Hij riep daarvoor een speciale mis in het leven, de zogenaamde kerstmis.

De motieven die de paus voor zijn besluit had, zijn onbekend. Wel is bekend dat Liberius een verklaard vijand was van het Arianisme. Liberius geloofde in de heilige drie-eenheid; wat inhoudt dat God, Jezus en de Heilige geest één en ondeelbaar zijn. De Arianisten, die destijds de meerderheid binnen de kerk vormden, geloofden daar niet in. Volgens hen was Jezus niet gelijkwaardig, maar ondergeschikt aan God. Het is mogelijk dat Liberius de nieuwe mis op 25 december heeft willen gebruiken om de status van Jezus naar het door hem gewenste niveau te tillen.

kerst in de Gregoriaanse kalender

Zoals ik hierboven al schreef, week de Juliaanse kalender 7,81 dagen per duizend jaar af van het tropische jaar. Op 4 oktober 1582 was de afwijking opgelopen tot bijna 13 dagen. Voor het kerstfeest vormde dat geen probleem. Maar wel voor het paasfeest, omdat de datum daarvan afhankelijk is van het moment waarop de zon door de equinox gaat.

Als de kerk de Juliaanse kalender was blijven volgen, was het kerstfeest steeds verder opgeschoven in de richting van het paasfeest. Om dat probleem op te lossen besloot paus Gregorius XIII twee dingen: 1. per vier eeuwen zouden er drie schrikkeldagen minder zijn (de eerste drie vervielen in 1700, 1800 en 1900); en 2. direct op donderdag 4 oktober volgde vrijdag 15 oktober. Met die laatste wijziging verdwenen er in één klap tien dagen.

Dat het er maar tien zijn, is opmerkelijk. De Juliaanse kalender liep namelijk 13 dagen voor. Het zal ongetwijfeld een bewuste keuze van de paus zijn geweest. Kennelijk wilde hij niet dat het kerstfeest zou samenvallen met de winterzonnewende. De drijfveer van die wens heb ik echter nooit kunnen achterhalen.

tot slot

Hoewel ik een hele blog aan de datum 25 december wijd, realiseer ik me dat de dag waarop we het kerstfeest vieren, van ondergeschikt belang is. De kerstboodschap staat voorop. Vrede! Niet alleen tussen mensen, maar ook binnen ons eigen hart. Daar kunnen we niet genoeg aandacht aan besteden. Misschien moeten we daarom de onduidelijkheid rond het moment van Jezus’ geboorte maar gebruiken om van elke dag een kerstfeest te maken.