Maria Magdalena

Maria Magdalena
Maria Magdalena

Maria Magdalena is de meest mysterieuze persoon uit het Nieuwe Testament. Ze is ongrijpbaar, omdat de verhalen over haar elkaar volledig tegenspreken.

Aan het einde van de zesde eeuw stelde paus Gregorius I haar gelijk aan de hoer uit Lucas 7:37 en dat beeld is ze binnen de katholieke kerk nooit meer kwijtgeraakt.

Anderen verkondigen echter dat zij de wijsheid zelve was; de favoriete discipel van Jezus. In zijn bestseller “De Da Vinci Code” verkondigt Dan Brown zelfs, dat zij de vrouw van Jezus was en dat zij hem kinderen heeft gebaard, een bloedlijn die nu nog steeds voortleeft.

Maria Magdalena in de Bijbel

In alle vier de Bijbelse evangeliën komt Maria Magdalena voor. Mattheüs meldt over haar: dat ze aanwezig was bij de kruisiging, dat ze de volgende dag het graf bezocht, dat ze zag dat het graf leeg was, en dat Jezus zich na zijn opstanding als eerste aan haar vertoonde. Marcus en Lucas voegen daar nog aan toe dat Jezus zeven demonen bij Maria Magdalena heeft uitgedreven.

Het meest uitgebreid komt Maria Magdalena aan bod bij Johannes. Hij beschrijft hoe ze met Jezus’ moeder voor het kruis staat. En vervolgens: “Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder.” (Joh 19:26-27). Wat een romantiek! Jezus’ moeder wordt ook de moeder van zijn geliefde. Waar kennen we dat van?

Het beeld dat uit de Bijbel naar voren komt, ligt dus dichter bij de ‘echtgenote’ van Dan Brown dan bij de ‘hoer’ van paus Gregorius I. Waarom schilderde de katholieke kerk haar in de zesde eeuw dan als hoer af?

de Gnostiek

In de eerste eeuwen van onze jaartelling kende het Christendom naast de Katholieke kerk ook een Gnostieke stroming. De kern van het geloofsonderscheid tussen die twee school in het verhaal van Adam en Eva. Zoals u weet, leidde volgens de Katholieken het eten van de appel tot de verdrijving uit het paradijs. Volgens de Gnostici begon op dat moment juist al het goede. Want alleen door het werven van kennis over goed en kwaad, kon de mens zich van zijn wereldlijke kluisters bevrijden.

De Katholieken bestempelden die ideeën als ketters en hebben ze te vuur en te zwaard bestreden. Gnostieke kloosters werden verwoest, hun inwoners vermoord en hun boeken verbrand. In de vierde eeuw durfde niemand zich meer Gnosticus te noemen. De Gnostieke leer ging ondergronds.

het evangelie van Maria Magdalena

In 1896 is in het Egyptische Achmim een kruik gevonden in een nis bij een oude Christelijke begraafplaats. In die kruik zaten Gnostieke boeken die daar waarschijnlijk tijdens die vervolgingen waren verstopt. Een van die boeken was het evangelie van Maria Magdalena, een Gnostieke pendant van de vier evangeliën uit de Bijbel.

Volgens dat evangelie was Maria Magdalena een discipel. Ze was zelfs de discipel van wie Jezus het meest had gehouden. Aan haar had hij dan ook al zijn kennis over het Koninkrijk Gods overgedragen. In het evangelie van Maria Magdalena wordt die kennis geopenbaard. Het beschrijft hoe iedereen het Koninkrijk Gods kan bereiken door – Marcus en Lucas noemden ze al – zeven demonen uit te drijven. Het evangelie noemt de zeven ook bij naam. Het blijken zeven slechte eigenschappen te zijn, die de mens moet overwinnen om in de zevende hemel te komen.

Na 1896 zijn er nog verschillende oude Gnostieke teksten gevonden en uit al die teksten blijkt dat Maria Magdalena de centrale figuur was binnen de Gnostieke leer. Zij was ‘de apostel der apostelen’. Door haar kennis tot zich te nemen, kon de mens zich in navolging van Jezus verlossen.

Om twee redenen was dat tegen het zere been van de Katholieke kerk: 1. Maria Magdalena was een vrouw, terwijl de kerk uitsluitend door mannen bestuurd werd; en 2. Volgens de katholieke leer kon de mens zich uitsluitend door de kerk verlossen; alleen het werk van de kerk bracht namelijk de terugkeer van Jezus nabij. Daarom besloot men in Rome dat de Gnostici moesten worden bestreden. En de karaktermoord op Maria Magdalena was een onderdeel van die strijd.

‘De Da Vinci Code’
Leonardo Da Vinci, het laatste avondmaal, Maria Magdalena
Leonardo Da Vinci, Het laatste avondmaal

In zijn ‘Da Vinci Code’ schrijft Dan Brown over Leonardo Da Vinci’s ‘Laatste avondmaal’ dat de persoon aan de rechterhand van Jezus niet een van de twaalf apostelen is, maar Maria Magdalena. Ik denk dat hij dat juist ziet. De afbeelding die ik bovenaan deze blog plaatste, is namelijk een uitsnede uit het schilderij en daaruit blijkt duidelijk dat Da Vinci een vrouw geschilderd heeft.

Verder schrijft Brown dat Petrus – die symbool staat voor de katholieke kerk, die hij gesticht heeft – dreigend naar haar toe buigt. En om het gevaar nog verder te accentueren, zweeft er aan Petrus’ rechterzijde een verdwaalde hand met een mes boven tafel.  Als u op de afbeelding van het schilderij hierboven klikt, ziet u een gedetailleerdere versie ervan. Als u daarop inzoomt, blijkt dat Brown ook wat betreft het mes gelijk heeft.

Brown trekt uit deze feiten de conclusie dat Jezus en Maria Magdalena nakomelingen hebben gekregen. Die bloedlijn noemt Brown ‘de heilige graal’. En Da Vinci was volgens hem hoofd van een genootschap (de Priorij van Sion) dat tot doel had de heilige graal te beschermen. Te beschermen tegen de katholieke kerk wel te verstaan, omdat die zich door de bloedlijn van Jezus in haar bestaan bedreigd zou voelen.

Volgens de Katholieke kerk verkondigt Dan Brown louter onzin. Zelf heb ik geen behoefte om me in die discussie te mengen. Wel wil ik hieronder een alternatieve verklaring aandragen.

de Gnostiek vervolgd

Zoals ik hierboven al schreef, werd de Gnostiek in de vierde eeuw noodgedwongen occult. Daarmee was ze echter nog niet verdwenen. Ondergronds leefde ze voort, om af en toe de kop op te steken. De bekendste voorbeelden daarvan zijn de Paulicianen (8e eeuw) en de Katharen (13e eeuw). Beide stromingen vormden een hoogstaande cultuur die door de Katholieke kerk helaas met wortel en tak is uitgeroeid.

Ook in de tijd van Da Vinci waren er Gnostici actief. Vanwege hun vervolging werkten die in het geheim. Vaak wisten ze ook niet van elkaars bestaan. ‘Het laatste avondmaal’ zie ik als een poging van Da Vinci tot communicatie met zijn zielsverwanten. Leonardo maakte zich via Maria Magdalena als Gnosticus bekend. De verwijzing was te subtiel om het Vaticaan op te vallen, maar helder genoeg voor ingewijden. Tegelijkertijd waarschuwde hij de Gnostici  via Petrus en de dolk voor hun vervolgers.

de ommekeer van de Katholieke kerk

Op 10 juni 2016 gebeurde er een wonder waarvan maar weinig mensen weten. Zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven, heeft de Heilige Stoel namelijk een persbericht laten uitgaan, waarin Maria Magdalena tot ‘apostel van de apostelen’ werd uitgeroepen. Na haar meer dan 13 eeuwen te hebben zwartgemaakt, besloot Rome opeens dat Maria Magdalena een liturgische verering verdient op gelijke voet met de andere apostelen. In het slotwoord van het persbericht noemt aartsbisschop Roche haar zelfs “een voorbeeld en rolmodel voor alle vrouwen in de kerk“.

Ik viel van mijn stoel toen ik het nieuws las. Het moet toch niet gekker worden, dacht ik, straks gaan ze in Rome nog prediken dat de mens zichzelf kan verlossen!

In mijn roman ‘De Derde Tempel’ is die verlossing een belangrijk thema. Het is een bron van strijd tussen de Katholieke Clemens en de Gnostieke Anacletus.