paus Anacletus I

paus Anacletus I
paus Anacletus I

Van paus Anacletus I weten we zeer weinig. In zijn ‘Kerkgeschiedenis’ meldt Eusebius slechts het jaar waarin Anacletus zijn voorganger Linus is opgevolgd. In tegenstelling tot paus Clemens I heeft Anacletus ook geen enkel geschrift van eigen hand nagelaten. Alleen zijn naam geeft informatie: Anacletus werd in zijn tijd Anencletus genoemd, naar het Griekse ‘Ανέγκλητος’, dat ‘de onschuldige’ betekent.

Dat er over paus Anacletus I nauwelijks informatie beschikbaar is, heb ik bij het schrijven nooit als nadeel ervaren. Het gaf mij juist vrijheid. De ruimte die het mij bood, heb ik gebruikt om in mijn roman ‘De Derde Tempel‘ een conflict uit te werken dat mij al jaren boeit, namelijk dat tussen het Katholicisme en de Gnostiek binnen de Christelijke kerk. Het is een conflict dat al in tal van andere romans aan de orde is geweest, zoals Dan Browns ‘Da Vinci code’ en Umberto Eco’s ‘Slinger van Foucault’. In die romans gaat het echter over strijd en macht, terwijl ik meer geïnteresseerd ben in de verschillende geloofsopvattingen die aan het conflict ten grondslag liggen.

de Gnostiek

Zoals de lezers van de hierboven genoemde romans weten, heeft het Vaticaan de Gnostiek altijd te vuur en te zwaard bestreden: de Manicheeërs, de Paulicianen, de Katharen; ze zijn allemaal met wortel en tak uitgeroeid. Daar had het Vaticaan een dringende reden voor. De Gnostiek erkende namelijk geen religieus gezag. Volgens de Gnostieke opvatting droeg de mens een goddelijk vonk in zijn hart en als hij daarnaar luisterde, leidde die hem naar het goede. De Katholieke opvatting is echter, dat alleen de paus, als plaatsvervanger van Jezus, weet wat goed voor de gelovige is.

Vanuit machtspolitiek oogpunt verbaast de vervolging van de Gnostiek door de Katholieke kerk mij dan ook niet. Theologisch bezien, vind ik het echter minder begrijpelijk. Want de apostel Paulus schrijft in zijn Bijbelse brieven namelijk dat de mens de tempel van God is en dat God in hem woont. En dat is nu precies wat de Gnostici ook beweren.

Ondanks hun vervolging door het Vaticaan, zijn de Gnostici nooit uit de wereld verdwenen. Ook in de moderne tijd duiken er nog met regelmaat genootschappen op die zich de erfgenamen van hun traditie noemen.

Ironisch genoeg heeft de vervolging er zelfs toe bijgedragen dat de Gnostiek de tand des tijds heeft overleefd. In de vierde eeuw begroeven monniken nabij het Egyptische plaatsje Nag Hammadi namelijk een kruik met verboden literatuur. En in 1945 heeft een boer die kruik teruggevonden.

de Nag Hammadi geschriften

In de kruik zaten verschillende leren banden met geschriften. Een deel daarvan heeft de boer verbrand omdat hij dacht dat ze waardeloos waren, maar 52 teksten zijn (geheel of gedeeltelijk) bewaard gebleven. Daartussen zaten onbekende evangeliën, handelingen, openbaringen en brieven van apostelen. Tezamen geven ze een gedetailleerd beeld van de Gnostieke opvattingen uit die tijd.

Het voornaamste verschil met de Katholieke leer zit hem in het scheppingsverhaal. Ook bij de Gnostici begint dat met God. God schept de lichtwereld, het Pleroma genaamd. Het is een volmaakte wereld. Maar toch niet helemaal. Want één van de bewoners ervan, Sophia (= wijsheid), wil zelf iets creëren. Ze krijgt een misgeboorte, de Demiurg, die ze van schrik uit de schepping gooit.

De Demiurg heeft echter voldoende kracht van zijn moeder geërfd om zelf te kunnen scheppen. Met die kracht creëert hij de ons bekende stoffelijke wereld. Het is een schijnwereld waarin hij de mens gevangen houdt met driften en verlangens.

de hemelreis

Voor mensen die over voldoende kennis beschikken, is het echter mogelijk om aan die stoffelijke wereld te ontsnappen. Zij zijn in staat om op te stijgen naar de lichtwereld (het Koninkrijk Gods). Maar om daar te komen, zullen zij eerst zeven hemelsferen moeten doorkruisen. En dat is niet eenvoudig, want bij elke toegang tot een sfeer staat een wachter. Die wachters komt de mens alleen voorbij als hij tijdens zijn aardse bestaan zijn aangeboren neigingen heeft overwonnen. Dat lijkt simpel. Maar de vraag is: welke neigingen zijn dat dan?

Helaas bezitten we van veel Gnostieke teksten slechts fragmenten. Ook de geschriften over de zeven wachters zijn incompleet. Maar door de teksten ervan te combineren en ze naast verwante Hermetische geschriften te leggen, ben ik tot het volgende overzicht gekomen: 1. doodsangst, 2. begeerte, 3. onwetendheid, 4. leugenachtigheid, 5. heerszucht, 6. overmoed en 7. toorn. Helaas is dit lijstje slechts tentatief. Om zekerheid te verkrijgen over de zeven wachters, zijn we afhankelijk van nieuwe vondsten.

Maria Magdalena en paus Anacletus I

Zoals ik al op mijn pagina over Maria Magdalena schreef, is zij een van de belangrijkste figuren binnen de Gnostiek. Ze was niet alleen de vrouw van Jezus, maar ook zijn leidende discipel. Ze was belangrijker dan alle andere apostelen. Zij wist de weg. Dat blijkt onder meer uit het Gnostieke evangelie van Maria Magdalena. Daarin lezen we namelijk dat Jezus al zijn kennis over het Koninkrijk Gods aan haar heeft geopenbaard.

Volgens de overlevering is Maria Magdalena in het Turkse Efeze gestorven. Daarom heb ik ervoor gekozen om paus Anacletus I in die stad te laten opgroeien. In zijn jeugd heeft hij zelfs bijeenkomsten onder haar leiding bezocht. Hij ziet zichzelf dan ook als de hoeder van de wijsheid die Jezus op haar heeft overgedragen.

In overeenstemming met de geloofstraditie laat ik Anacletus sterven als martelaar. Meer eer verdient hij niet volgens het Vaticaan. Ooit hadden de Katholieken hem heilig verklaard, maar uit dat register hebben ze hem later weer geschrapt.