de drie perspectieven

perspectievenDe 19e-eeuwse natuurkunde ging uit van een werkelijkheid die onafhankelijk is van de waarnemer. Veel mensen die zich rationalistisch  noemen, hangen dat wereldbeeld nog steeds aan. Ze gaan daarmee voorbij aan de ontwikkelingen die zich vanaf het begin van de 20ste-eeuw in de wetenschap en filosofie hebben voltrokken. Ik denk daarbij aan de kwantumtheorie van Bohr, de projectie  van Jung en de pragmatistische filosofie  van Dewey. In de 20ste-eeuw is onze kennis haar absolute karakter kwijtgeraakt. De werkelijkheid is afhankelijk geworden van haar waarnemer.

perspectieven in mijn roman

Een 21ste-eeuwse roman kan naar mijn mening dan ook niet meer geschreven worden vanuit het perspectief van een ‘neutrale’ verteller. Een waarnemer beïnvloedt de realiteit en dat moet in de roman zijn weerslag vinden. Alle zes de hoofdstukken van ‘De Derde Tempel‘ zijn dan ook volledig vanuit het perspectief van één van mijn protagonisten  geschreven. Hoofdstuk 1 en 4 vanuit Josephus, 2 en 6 vanuit Quintilianus en 3 en 5 vanuit Clemens. Niet alleen worden alle scènes vanuit hun gezichtspunt waargenomen, ook worden alle handelingen en dialogen vanuit hun karakteristieke wereldbeelden geïnterpreteerd.

het Joods perspectief

Het perspectief van Flavius Josephus zou je het Joods perspectief kunnen noemen, Josephus is immers tot aan zijn dood het Joodse geloof trouw gebleven. Toch zou dat een eenzijdig beeld van het Jodendom opleveren. In de tijd waarin mijn roman zich afspeelt, kende het Jodendom drie religieuze stromingen: de Sadduceeën, de Farizeeën en de Essenen. De Sadduceeën maakten de dienst uit, de Farizeeën bestudeerden de Thora en de Essenen zonderden zich af. De Sadduceeën en de Essenen vochten tijdens de Joodse oorlog tegen de Romeinen en die keerden zich na hun overwinning tegen hen. Daardoor bleven de Farizeeën als enige stroming over. Josephus behoorde tot de Sadduceeën. Om een relevant beeld te geven van de toenmalige Joodse opvattingen kon ik dus niet volstaan met alleen zijn visie. Daarom heb ik ook Jochanan ben Zakkai als karakter in mijn roman opgenomen. Jochanan was de leider van de Farizeeën.

het Christelijk perspectief

Ook het vroege Christendom kende verschillende stromingen. Een daarvan was de Gnostiek. Tot de stroming in de vierde eeuw werd verketterd en vervolgd, was ze minimaal even belangrijk als het Katholicisme. Het voornaamste verschil tussen de twee was, dat de Gnostiek, in de Grieks filosofische traditie, geloofde dat de mens in staat was zichzelf te verlossen, en dat het Katholicisme het dogma beleed dat de mens voor zijn verlossing afhankelijk was van de terugkeer van Jezus. In mijn roman vertolkt Clemens de Katholieke inzichten en Anacletus die van de Gnostiek.

de Grieks/Romeinse filosofie

Hoewel de klassieke filosofie een soortgelijke tegenstelling kent, die tussen de navolgers van Socrates en de Epicuristen, heb ik die in mijn roman niet uitgewerkt. Quintilianus is idolaat van Socrates, maar een Epicurist komt niet in het verhaal voor. In eerdere versies van ‘De Derde Tempel’ was dat anders, daarin figureerde Nicanor, een tribuun, maar Nicanor heb ik geschrapt. Daar had ik twee redenen voor. De eerste reden was dat de strijd tussen Socrates en Epicurus in de klassieke oudheid met afstand was gewonnen door Socrates. Bijna alle filosofische stromingen uit die tijd beriepen zich op hem.

Pas in de 20ste-eeuw werd dat anders. De Marxisten plaatsen Epicurus op een voetstuk en ondanks de val van de muur heeft hij dat niet meer verlaten. Dat brengt mij bij de tweede reden om Nicanor te schrappen: de tweede roman uit mijn trilogie speelt zich af in de 20ste eeuw en daarin wil ik de tegenstelling tussen Socrates en Epicurus verder uitwerken (Gott ist tot). In die roman komt die controverse beter tot zijn recht dan in ‘De Derde Tempel’ .

geen relativisme

Toen ik ‘De Derde Tempel’ in concept door een vriend liet lezen, vroeg hij na afloop: “leuk die drie perspectieven, maar wie heeft er nu gelijk?” Alle drie, was daarop mijn antwoord. Marcus Aurelius zei het al: “wat we zien is niet de waarheid, maar slechts een perspectief”. “Gelijk” is geen absoluut begrip.  Vanuit hun standpunt gezien hebben zowel Josephus,  Quintilianus als Clemens alle gelijk van de wereld. Ik beschouw hun wereldbeelden ook als even legitiem. Toch maakt me dat geen cultuurrelativist. Naar mijn overtuiging kan een mens zich namelijk verder ontwikkelen. Dat doet hij door zich vanuit zijn eenzijdige perspectief te verplaatsen in het standpunt van anderen. Die ontwikkeling beoog ik teweeg te brengen. Daarin ligt mijn belangrijkste drijfveer om te schrijven.