de Sibillijnse boeken

Sibbillijnse boeken
de sibille van Erythrea door Michelangelo

Zoals de Christenen hun Bijbel, de Joden hun Thora en de Moslims hun Koran hebben, zo hadden de Romeinen hun Sibillijnse boeken.

Toch was er een groot verschil tussen de Romeinse heilige boeken en die van de huidige religies. De Sibillijnse boeken mochten namelijk slechts door enkele personen gelezen worden.

Die personen heetten de Quindecimviri, of eigenlijk de Quindecimviri Sacris Faciundis; vijftien mannen die samen een van de belangrijkste priestercolleges van Rome vormden.

de Griekse wortels van de Sibillijnse boeken

De Sibillijnse boeken zijn volgens de mythologie aan het begin van de zesde eeuw BCE geschreven door de Trojaanse sibille. Een sibille was een profetes die ook priestertaken vervulde. De Trojaanse sibille deed dat in het orakel van Apollo in Dardania (Troas).

Daarna verhuisden de boeken naar een ander Apolloons orakel, namelijk dat van Erythrae. Dat heiligdom werd geleid door de beroemde sibille van Erythrae, de vrouw die volgens de legenden de val van Troje voorspeld had. Die sibille moet dus niet alleen wijs zijn geweest, maar ook stokoud. Tussen de val van Troje en het schrijven van de Sibillijnse boeken zaten namelijk meer dan vijf eeuwen.

de verwerving door de Romeinen

Niet veel later doken de boeken op in Italië. Aan het eind van de zesde eeuw BCE sprak een oude vrouw de Romeinse koning Tarquinius aan. Ze probeerde hem voor 300 goudstukken negen boeken te verkopen. De koning vond de prijs te hoog en sloeg het aanbod af.

Daarop liep de vrouw naar een vuur, verbrandde drie van de boeken en keerde met de overige zes terug naar Tarquinius. Voor 300 goudstukken mocht hij ze hebben, zei ze. De koning dacht dat ze gek was en schudde zijn hoofd.

Weer liep de vrouw naar het vuur en weer verbrandde ze drie boeken. Met de overgebleven drie boeken in haar armen kwam ze op Tarquinius af en deelde hem mee dat zijn laatste kans was om de boeken te kopen.

Op dat moment realiseerde de koning zich dat hij tegenover de sibille van Cumae stond, de wijze vrouw die Aeneas door de onderwereld had geleid. Hij bedacht zich geen moment en gaf de vrouw 300 goudstukken voor de Sibillijnse boeken.

de plaats van de Sibillijnse boeken in de Romeinse religie

De boeken kregen een tweeledige functie binnen de Romeinse religie. De meest bekende is die van orakel. Bij grote rampen of dreigende oorlogen, raadpleegden de Quindecimviri de boeken in de hoop een aanwijzing te vinden om het tij te keren. Zoals uit de historie van Rome blijkt, zijn ze daar altijd in geslaagd.

De tweede functie van de Sibillijnse boeken is misschien nog wel belangrijker. Naast een groot aantal profetieën bevatte de boeken namelijk uitgebreide voorschriften voor het vereren van de Goden. De Griekse Goden wel te verstaan. Want de Sibillijnse boeken hadden, zoals ik hierboven al schreef, een Griekse oorsprong.

Voordat Tarquinius de boeken kocht, kenden de Romeinen slechts een klein aantal lokale Goden. Die waren vooral op agrarisch terrein en in de oorlog actief. De Sibillijnse boeken gaven Rome echter inzicht de in bonte verscheidenheid van Griekse Goden. Dat gaf hun religieuze leven een impuls. Binnen twee eeuwen had iedere voorname Griekse God een Romeinse tegenhanger gevonden. Zo heette Zeus Jupiter bij de Romeinen, Ares werd Mars, en Athena noemden ze Minerva. Het complete Griekse pantheon namen ze over. En ze aanbaden hun nieuwe Goden ook op Griekse wijze.

de vernietiging van de Sibillijnse boeken

Net als de Joodse tempel zijn de Sibillijnse boeken twee keer vernietigd. De eerste keer was in 83 BCE, toen tijdens een burgeroorlog de tempel van Jupiter Capitolinus afbrandde. Ondanks dat de beheerders de boeken daar in een stenen kist onder de grond bewaarden, overleefden die de brand niet.

Na die ramp zonden de Romeinen over de hele wereld schriftgeleerden uit. Zij kregen de  opdracht mee om teksten te verzamelen die gebruikt konden worden om de Sibillijnse boeken te reconstrueren. Dat is hen ook gelukt. En de herstelde boeken kregen een plek in de tempel van Apollo op de Palatijn.

In 405 CE ging het echter voor de tweede maal mis. Uit ‘De Reditu Suo‘ van Rutilius Namatianus blijkt, dat de Christelijke generaal Stilicho de Sibillijnse boeken toen heeft verbrand. Volgens Rutilius deed Stilicho dat omdat hij Rome wilde vernietigen. Als dat waar is, is hij in zijn opzet geslaagd. Want vijf jaar later trokken de Visigoten de stad binnen en plunderden haar.

voorspelling van de komst van de Messias

Stilicho kon echter ook een ander doel hebben nagestreefd. Volgens de Christenen hadden de Sibillijns boeken namelijk de komst van Jezus voorspeld. Door het vandalisme van Stilicho valt de waarheid van die bewering niet meer te achterhalen. En dat was misschien ook wel zijn bedoeling. Wat de Christenen namelijk wel intact lieten, waren de zogenaamde ‘Sibillijnse orakels’. Die kondigden de Messias ondubbelzinnig aan. Het staat echter vast dat de orakels ver na de geboorte van Jezus zijn geschreven.

De enige authentieke bron over de betreffende voorspelling, is de vierde ecloge van Vergilius. Meer informatie daarover treft u aan op mijn webpagina ‘de vierde ecloge‘ en in mijn roman ‘De Derde Tempel‘.