Domitianus

Domitianus de waanzinnige keizer
keizer Domitianus

Keizer Domitianus was paranoïde. Iedereen die hij wantrouwde liet hij executeren en hij wantrouwde iedereen. Zelf zei hij daarover: “Keizers hebben een jammerlijk lot, want het volk gelooft pas dat er een samenzwering bestaat, als hun keizer dood is.” Die instelling maakte hem levensgevaarlijk. En juist daarom probeerden velen hem te vermoorden.

Domitianus past naadloos in het rijtje met Caligula, Nero en Commodus. Alle vier de keizers hadden de troon geërfd en alle vier te jong. Ook Domitianus bleek niet bestand tegen de vroege macht. Als puber was hij al grillig, opvliegend en wellustig; als keizer werd hij ook nog eens achterdochtig en wreed.

Vooral de leden van de senatorenstand leden onder zijn schrikbewind. Elke maand executeerde hij wel een van hen. Daar had hij twee motieven voor. De eerste was zijn altijd lege schatkist, die hij vulde door het vermogen te confisqueren van de senatoren die hij ter dood veroordeelde. De tweede was zijn angst voor complotten. Iedere senator die enige ambitie vertoonde zag hij als concurrent en liet hij op beschuldiging van samenzwering executeren, zelfs zijn neven Flavius Sabinus en Flavius Clemens.

Domitianus’ jeugd

Domitianus verloor op jonge leeftijd zijn moeder en werd grootgebracht door zijn voedster Phyllis. Zijn vader verbleef vanwege zijn carrière in het buitenland en zijn broer werd opgevoed aan het keizerlijk hof. Zijn familie zag hij dus nauwelijks. Hij leefde van een kleine erfenis die zijn moeder hem had nagelaten en vulde die aan door zich door oudere mannen te laten gebruiken. De bronnen vermelden niet of hij daar plezier aan beleefde. Wel is bekend dat hij ook als keizer een actief seksleven had. Daarover schrijf ik meer op de pagina over zijn vrouw Domitia Longina.

Aan het einde van zijn jeugd ontwikkelde hij een merkwaardige hobby. Dagenlang sloot hij zich in een kamer op met een etensbord en een priem. Op het bord maakte hij een papje van melk en brood, waarvan hij wist dat het vliegen aantrok. Met de priem in de aanslag ging hij aan tafel zitten en wachtte met het raam open tot de eerste vlieg verscheen. Honderden vliegen per dag reeg hij zo aan zijn spies.

Christenvervolging

In zijn Kerkgeschiedenis schreef de Christelijke bisschop Eusebius: “Domitianus, die zich wreed gedroeg tegenover velen, en een groot aantal mensen van goede komaf en goede reputatie ten onrechte ter dood liet brengen, en vele andere gerespecteerde mensen uit Rome verbande onder verbeurdverklaring van hun bezittingen, volgde uiteindelijk ook Nero’s voorbeeld in diens haat en vijandigheid jegens God. Hij was daarmee de tweede die een vervolging op ons in gang zette, alhoewel zijn vader Vespasianus ons nooit ongunstig had bejegend“.

Eusebius is niet de enige bron waaruit blijkt dat Domitianus Christenen liet vervolgen. Cassius Dio schreef dat Domitianus zijn neef Flavius Clemens had veroordeeld op grond van atheïsme. Hij voegde daaraan toe dat die aanklacht gebruikelijk was voor mensen die zich tot het Jodendom hadden bekeerd. Jodendom en Christendom was voor Dio kennelijk één pot nat. Dat Flavius Clemens geen Jood, maar een Christen was, blijkt uit het feit dat zich onder de domeinen van zijn vrouw Domitilla een Christelijke catacombe bevond.

de beveiliging van Domitianus

Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten, luidt het spreekwoord, en dat lijkt ook voor Domitianus op te gaan. Hij had zich de troon toegeëigend door zijn broer Titus uit de weg te ruimen en zijn grootste angst was om ooit zelf door een rivaal te worden vermoord. Hij zorgde daarom dat hij altijd omringd was door zijn paleiswacht.

Maar dat was hem nog niet voldoende. Want waarom zouden zijn paleiswachten niet tegen hem samenzweren? Ook hen moest hij dus in de gaten houden. Dat deed hij bijvoorbeeld door de muren van het peristilium, de binnentuin waarin hij graag wandelde, te bekleden met spiegelend marmer. Zo zag hij alles wat rondom hem gebeurde.

Zijn broer Titus had hij vergiftigd en ook daartegen beschermde Domitianus zichzelf. Met voorproevers natuurlijk, zoals elke Romeinse keizer. Die aten dezelfde maaltijden als hij en zagen toe op de bereiding ervan. Hoewel ze er alle belang bij hadden om de maaltijd gifvrij te houden, was die beveiliging echter niet waterdicht. Om elke kans op vergiftiging uit te sluiten, grepen veel vorsten naar triakel. Dat was een preventief medicijn tegen vergiftigingen dat koning Mithridates had uitgevonden. Het bestond voor een groot deel uit opium en voor de rest uit kleine doses van allerlei giffen, waardoor de gebruiker daarvoor immuun raakte. Het beschermde goed, maar had wel ernstige bijwerkingen: het was verslavend en maakte waanzinnig. Hoewel geen bron het expliciet noemt, duidt Domitianus’ levensloop op het gebruik van het middel.

Als de drie protagonisten in mijn roman ‘De Derde Tempel‘ besluiten om Domitianus te vermoorden, staan ze dus voor een onmogelijke opgave. Toch vinden ze een manier die trefzeker lijkt.