Flavius Clemens

Flavius Clemens, martelaar, christen, Flavia Domitilla
Flavius Clemens

Zoals uit de Flavische stamboom blijkt, was Flavius Clemens de jongste zoon van de broer van keizer Vespasianus. Geen directe troonopvolger dus, maar doordat alle anderen stierven, kwam hij onverwachts voor de hoogste macht in aanmerking.

Dertien jaar lang zou hij de troon geërfd hebben als zijn neef, keizer Domitianus gestorven was. Alleen stierf de keizer niet. Wel benoemde hij zijn neef in 95 CE tot consul. Dat was helaas het begin van het einde voor hem. Domitianus was namelijk paranoïde en zag de nieuwe consul als bedreiging voor zijn macht.

Nog hetzelfde jaar sprak de keizer het doodvonnis over zijn neef uit. De aanklacht luidde “atheïsme”. De historicus Cassius Dio schreef daarover: “ook vele anderen die de Joodse riten volgden werden op die grond bestraft“. Bij die constatering past een kanttekening: Flavius Clemens was waarschijnlijk geen Jood maar een Christen. Dio’s vergissing is echter begrijpelijk, aangezien de grens tussen Jodendom en Christendom in de eerste eeuw vaag was. Dat de consul een Christen was, blijkt onder meer uit het feit dat er onder de domeinen van zijn echtgenote Flavia Domitilla een Christelijke catacombe lag.

Flavius Clemens als heilige

Het Vaticaan vereert een Sint-Clemens als martelaar. Wie die heilige precies is, is echter onduidelijk. Dat komt doordat de literatuur over de eerste eeuw vijf Clemensen noemt: de neef van de keizer, een paus, de schrijver van de eerste brief van Clemens,  een martelaar en een medewerker van Paulus. In de Katholieke traditie zijn die vijf versmolten tot één persoon, maar op basis van de eerste brief van Clemens kan dat niet juist zijn.

De eerste twee (paus en briefschrijver) zijn duidelijk dezelfde persoon. Dat geldt ook voor drie en vier (martelaar en neef).  Om ze uit elkaar te houden, noem ik ze in mijn roman Clemens en Flavius Clemens. Zonder enige twijfel zijn dat twee verschillende personen. En omdat geen van die twee ooit als medewerker van Paulus heeft gewerkt, betekent dat, dat er destijds minstens drie Clemensen moeten hebben rondgelopen.

Sommige katholieke werken schrijven dat ook paus Clemens I als martelaar gestorven is en dat hij dus de Sint-Clemens is die de kerk vereert. Dat is echter niet waarschijnlijk, omdat Eusebius in zijn ‘Kerkgeschiedenis’ niets bijzonders bij de dood van de paus vermeldde. Alleen Flavius Clemens was volgens hem als martelaar gestorven. Bovendien wordt ook diens echtgenote, Flavia Domitilla, als heilige vereerd. Het is daarom aannemelijk dat Flavius Clemens de ware Sint-Clemens is.