Titus

keizer Titus Flavius Domitianus, verwoester Joodse tempel
keizer Titus

Keizer Titus was de oudste zoon van keizer Vespasianus. Beiden heetten voluit Titus Flavius Vespasianus. Titus is zijn vader in 79 CE als keizer opgevolgd. Lang heeft hij niet geregeerd: twee jaar slechts. Vermoedelijk  werd hij toen door zijn jongere broer Domitianus vergiftigd.

Volgens de historicus Philostratus was dat met zeehaas. Diens collega Cassius Dio meldt erover dat Domitianus  het nog levende lichaam van zijn broer in een kist met sneeuw had gestopt. De twee vullen elkaar goed aan, want slachtoffers van vergiftiging met zeehaas schijnen naar vis te stinken.

Ook Suetonius heeft over Titus geschreven. Zijn biografie begint als volgt: “Titus (…) was het idool en de lieveling van de hele mensheid. Alles wat helpt om de volksgunst te verwerven – talent, ontwikkeling, succes – bezat hij namelijk in overvloed en, wat heel moeilijk is, hij behield het ook toen hij keizer werd”. Uit alle bronnen blijkt de juistheid daarvan: bij zijn dood was Titus minstens even populair als zijn roemruchte voorganger Augustus.

Titus’ tegenslagen

Toch was Titus’ regeerperiode verre van voorspoedig. Twee maanden nadat hij de troon besteeg, barstte de Vesuvius uit. As, lava en modder vernietigden Herculaneum  en Pompeii. Titus trok direct met een reddingsmacht naar het rampgebied. Zijn artsen verzorgden de slachtoffers; zijn soldaten regelden tenten en voedsel. Ook toen het gebied weer veilig was, bleef Titus in Campanië. Hij zag het als zijn keizerlijke plicht om de wederopbouw te leiden.

Pas het jaar erop keerde hij naar terug naar Rome. Noodgedwongen, omdat de stad in lichterlaaie stond. De grootste brand sinds Nero legde de hele noordelijke stadswijk, het Marsveld, in de as. Ontelbare huizen, tempels, theaters en badhuizen gingen in vlammen op. Het duurde drie dagen voordat de brand uitgewoed was.

De meeste slachtoffers vielen echter na de brand, toen de “pest” door de straten van Rome waarde. De ziekte eiste soms wel duizend slachtoffers per dag. Ik schrijf “pest” tussen aanhalingstekens, omdat het destijds de verzamelnaam voor alle dodelijke epidemieën was. Een onderscheid tussen builenpestpokken of tyfus  bestond nog niet.

de vernietiging van de Joodse tempel

Al op zijn dertigste stond Titus aan het hoofd van een enorme legerschaar. Terwijl zijn vader naar Rome trok om zich de keizerlijke macht toe te eigenen, kreeg hij het commando over de Romeinse troepen die in de Joodse oorlog vochten. Hij bleek een bekwaam veldheer, voor wie zijn mannen door het vuur gingen. Stad voor stad nam hij in. Eerst in Galilea, toen in Samaria en tenslotte in Judea. In 70 CE viel Jeruzalem, de hoofdstad van de Joden. Ter vergelding maakte Titus die met de grond gelijk. Ook de beroemde Joodse tempel overleefde zijn toorn niet.

de Messias

De verwoesting van die tempel is Titus’ bekendste daad, mede door een voorspelling van Jesaja. Deze Joodse profeet had de vernietiging van Jeruzalem en de tempel namelijk voorzien en schreef daarover: “de Libanon zal vallen door de Machtige“. Met “de Libanon” verwees hij naar de tempel, die met balken van libanonceders was gebouwd. De vraag is wie hij met “de Machtige” bedoelde. Hierover verschillen de geleerden van mening: sommigen lezen hier “God”, anderen “de Messias“.

In de ogen van Jesaja was God almachtig en verantwoordelijk voor alles wat er in de wereld gebeurde. Op grond daarvan denk ik niet dat hij met “de Machtige” “God” bedoelde. Iemand namelijk die meent dat God overal voor verantwoordelijk is, heeft geen reden om dat bij afzonderlijke gebeurtenissen nog eens uitdrukkelijk te vermelden. Een andere aanwijzing dat hij met “de Machtige” naar de Messias verwijst, is dat het hoofdstuk dat direct op de voorspelling volgt, over de Messias gaat. Daarom vind ik de uitleg dat Jesaja de verwoesting van de tempel door de Messias verwoestte, de meest aannemelijke. Dat heeft natuurlijk wel tot gevolg dat hij daarmee de Romeinse keizer Titus tot Messias promoveert.

Dat doet hij overigens niet de enige. Zoals ik op mijn pagina over de vierde ecloge van Vergilius schrijf, beweerde ook de geschiedschrijver Tacitus dat Titus de Messias was. De vraag is echter hoe die aanspraak zich tot de Thora, oftewel het Oude Testament, verhoudt. Naast de hierboven genoemde profetie van Jesaja, staan er in de Thora nog vele andere voorspellingen over de komst van de Messias. Op enkele plaatsen zelfs met heldere kenmerken waaraan de Messias moet voldoen. Ik heb van al die kenmerken een overzicht gemaakt en tot mijn verwondering voldeed Titus daaraan. In mijn roman ga ik daar uitvoerig op in.

de bouw van de derde tempel

Waarover de Thora niet rept, maar wat voor elke messianistische aanspraak van essentieel belang is, is de bouw van de derde tempel. Zoals ik al eerder schreef, is dat voor de Joden het doorslaggevende criterium om de Messias te herkennen. Hij, en hij alleen, zal de derde tempel bouwen.

De eerste vraag die opkomt, is of Titus dat had willen doen? Ik denk het wel. Hij had daar namelijk goede redenen voor. Zijn keizerschap dankte hij mede aan de Joodse koning Agrippa II, die de staatsgreep van zijn vader had gefinancierd. Agrippa nu, bezat het recht om de Joodse hogepriester te benoemen. Dat recht was waardeloos zolang de tempel niet was herbouwd. Daarnaast had Titus jarenlang een verhouding met Berenice, de zuster van Agrippa. Omdat Agrippa kinderloos was zou het recht om de hogepriester te benoemen op de kinderen van Berenice overgaan. Ook zij had dus belang bij de herbouw van de tempel en er was weinig dat Titus haar kon weigeren.

Feit is dat Titus de derde tempel niet heeft gebouwd en op grond van dat criterium dus niet de Messias kan zijn. Of Titus de derde tempel had willen bouwen, zullen we nooit weten: zijn vroegtijdige dood staat daaraan in de weg. Wel is zeker dat áls hij het had gedaan, de wereld er anders had uitgezien.