Vespasianus

keizer Vespasianus, burgeroorlog, messias
keizer Vespasianus

“Pecunia non olet”, oftewel “geld stinkt niet”, is de beroemdste uitspraak die keizer Vespasianus heeft gedaan, en die woorden kenmerken hem. Hij was de zoon van een tollenaar en had diens liefde voor het vergaren van belastingen geërfd. In Alexandrië werd hij om zijn schraapzucht zelfs “de haringboer” genoemd.

In de Romeinse tijd kochten tollenaars van de overheid het recht om in een bepaald gebied belasting te innen. De opbrengst daarvan mochten ze dan zelf houden.

Vespasianus was altijd op zoek naar nieuwe tollenaars. Het liefst koos hij mensen die de lokale bevolking genadeloos uitknepen. Hij wist namelijk wat er dan gebeurde: het volk ging klagen. Aan de hand van hun klachten deed hij vervolgens onderzoek en bijna altijd was de conclusie ‘uitbuiting’. Met die uitkomst was Vespasianus blij, want op grond daarvan strafte hij de tollenaar met het ontnemen van zijn vermogen. Zo verdiende hij dubbel aan hem.

nieuwe belastingen

Een van eerste besluiten die Vespasianus na zijn troonsbestijging nam, was de invoering van een belasting op openbare toiletten. Hij vond namelijk dat de uitbaters van de urinoirs zoveel geld verdienden aan alle urine die ze aan leerlooiers en vollers  verkochten, dat de staat daarin best mocht meedelen. Zijn zoon Titus vond dat ongehoord. Daarop pakte Vespasianus een munt uit de opbrengst, duwde die onder Titus neus en vroeg hem wat hij rook. “Niets” antwoordde zijn zoon. “Precies jongen. Geld stinkt niet.”

Een andere belasting die hij introduceerde was de “Fiscus Judaicus“. Toen de Joodse tempel nog bestond, droegen alle Joden jaarlijks een halve sjekel af ten behoeve van het onderhoud daarvan. Na de vernietiging van de Joodse tempel door Titus, bedacht Vespasianus dat hij die halve sjekel wel zelf kon innen. Hij legde de Joden vervolgens een even zware belasting op ten bate van de tempel van Jupiter op het Capitool.

Vespasianus’ loopbaan

Voor een telg uit een onaanzienlijk geslacht heeft Vespasianus opmerkelijk succesvolle carrière doorlopen. Hij begon in Thracië als krijgstribuun, klom op tot quaestor in Kreta en Cyrenaica, werd toen verkozen tot aedilis en vervolgens tot praetor. Keizer Claudius maakte hem commandant van een legioen in Germanië en plaatste hem daarna over naar Brittannië. Ook daar boekte hij succes: hij veroverde het eiland Wight en grote delen van Brittannië. Als beloning mocht hij een triomftocht houden en promoveerde hij tot consul. Als proconsul kreeg hij daarna de provincie Afrika toegewezen.

De basis voor zijn keizerschap werd gelegd toen keizer Nero hem naar Judea stuurde. Daar moest hij de opstandige Joden bedwingen. Aangezien de Joden het complete legioen uit Syrië hadden verslagen, kreeg Vespasianus een enorm leger mee. Vier Romeinse legioenen en talloze soldaten van lokale bondgenoten stonden onder zijn commando.

Nero werd echter door de senaat afgezet en pleegde zelfmoord. Na zijn dood volgde een burgeroorlog waarin Galba, Otho en Vitellius om de macht streden. De drie putten elkaars krachten en legers dusdanig uit, dat aan het einde van die oorlog alleen Vespasianus nog over een legermacht van belang beschikte. Toen zijn soldaten hem in Judea spontaan tot keizer uitriepen, aarzelde hij niet. Hij stuurde zijn troepen naar Rome en greep daar de macht.

de Vredevorst in de Romeinse tijd

Bij het begin van onze jaartelling was “de Vredevorst” een universeel begrip in de landen rond de Middellandse Zee. De Joodse profeet Jesaja had zijn komst in de Thora voorspeld. De Christenen geloofden dat de Vredevorst al op aarde was gekomen. En ook de Romeinen geloofden in een heerser die hen kwam verlossen.

Een zoon die uit de hemel neerdaalt“, noemde Vergilius hem in zijn vierde ecloge. Dat gedicht publiceerde hij in 38 BCE en vanaf dat moment vroegen heel Rome zich af wie die heerser zou zijn. Een tijd lang geloofden ze dat de woorden op keizer Augustus sloegen. De historicus Tacitus wist echter beter. Volgens hem was Vespasianus de aangekondigde Vredevorst.

Al tijdens zijn leven was keizer Vespasianus omgeven met vele legenden. Zo drong een os zijn eetkamer binnen en knielde neer aan zijn voeteneind. Een hond liep zijn huis binnen met een mensenhand in zijn bek en legde die onder zijn werktafel. Het beeld van de vergoddelijkte Julius Caesar keerde zich uit eigen beweging van Galba af en wendde zich naar het oosten, waar Vespasianus  zich toen bevond. Vespasianus genas een blinde door op zijn ogen te spuwen en een lamme door op zijn been te gaan staan. Alle voortekenen wezen erop dat hij het hoogste zou bereiken. Hij was voorbestemd voor het keizerschap. En voor meer zelfs, want op zijn sterfbed sprak hij de woorden: “Helaas, ik geloof dat ik  een God word“.

de Joodse Messias

In zijn verslag over de Joodse oorlog schreef de Joodse priester en historicus Flavius Josephus: “Wat de Joden echter het sterkst tot de oorlog heeft aangezet, was een dubbelzinnige profetie uit hun heilige boeken. Volgens die voorspelling zou iemand uit Judea heerser over de wereld worden. Ze dachten dat dat een Jood zou zijn, en vele van hun wijzen zijn daardoor misleid, terwijl toch duidelijk was dat de profetie op Vespasianus betrekking had, aangezien die immers in Judea tot keizer is uitgeroepen“.

De profetie die Josephus bedoelde, was die in Numeri 12.24: “een scepter rijst op uit Israël“. Die voorspelling kondigt in de Joodse leer de komst van de Messias aan. Ook volgens Josephus was Vespasianus dus de lang verwachtte Vredevorst.

het werk van de Vredevorst

Vespasianus heeft ook er alles aan gedaan om de titel Vredevorst te verdienen. In de eerste plaats natuurlijk door voor vrede in het rijk te zorgen. Hij beslechtte de burgeroorlog en versloeg de Joden.

Het tweede wat hij deed, was het sluiten van de deuren van de tempel van Janus. Janus was de Romeinse oorlogsgod en alleen wanneer Rome langdurig in vrede leefde, werden de deuren van zijn tempel gesloten. Ten tijde van Vespasianus bestond Rome al acht eeuwen en in al die tijd hadden slechts drie leiders dat mogen doen.

De kroon op zijn werk als Vredevorst was het bouwen van de Vredestempel. Volgens Plinius de Oude was dat een van de drie mooiste gebouwen ter wereld. De tempel was gewijd aan Pax, de godin van de vrede. En om Pax te behagen, zette Vespasianus alle schatten uit de Joodse tempel om haar heen. In mijn roman ‘De Derde Tempel‘ gebruikt Josephus die schatten om de offerdienst aan JHWH voort te zetten.

Vespasianus en de vrouwen

Vespasianus was getrouwd met Flavia Domitilla I, maar dat huwelijk heeft niet lang geduurd. Nog voor hij keizer werd, overleed zij. Ze was niet de enige vrouw in Vespasianus’ omgeving die jong stierf. Ook zijn moeder, zijn zuster en zijn dochter waren al dood toen hij de troon besteeg. Zijn kleindochter Julia is nog geen dertig geworden. De enige Flavische die wel een hoge leeftijd bereikte, was zijn andere kleindochter, Domitilla.

Na de dood van zijn vrouw leefde Vespasianus met zijn concubine Caenis. Trouwen met haar kon hij niet omdat ze als slaaf geboren was. In de eerste vijf jaar van zijn keizerschap besprak hij alle belangrijke staatszaken met haar. Toen stierf ook zij. Vanaf dat moment heeft Vespasianus geen vaste relaties meer onderhouden. De enige vrouwen met wie hij tijdens de laatste vijf jaar van zijn bewind omgang had waren hofdames. Elke siësta schijnt hij met een ander te hebben geslapen.