de Joodse tempel

tempel Herodes, tweede joodse tempel, tempel Ezra
de tempel van Herodes

De Joodse tempel is onlosmakelijk verbonden met de berg Moria, oftewel de Tempelberg.

De eerste permanente bewoners van die berg  waren de Jebusieten.   Zij stichtten Jeruzalem. Hun burcht bouwden zij op de berg Zion en van daaruit beheersten ze de omgeving. Het was een hoge burcht met zware muren. Zo zwaar dat de Jebusieten dachten dat hij onneembaar was. Toen de Joodse koning David met zijn leger voor de poorten verscheen, lachten ze hem dan ook uit. David liet zijn manschappen echter door de watergangen naar binnen kruipen en wist de burcht toch op hen te veroveren.

David ging in de burcht wonen en maakte Jeruzalem tot hoofdstad van zijn rijk. En wat in het kader van ‘De Derde Tempel‘ nog belangrijker is: David droeg er de verbondsark  naar binnen. Dat was een belangrijke gebeurtenis omdat de ark destijds als het heiligste voorwerp van het Jodendom gold; het was de kist waarin de tien geboden werden bewaard, het verbond dat was ingebeiteld in de twee stenen tafels die God persoonlijk aan Mozes had gegeven.

Voor Davids inname van Jeruzalem werd de ark bewaard het tabernakel. Dat was een tent, maar geen gewone; het was namelijk de tent waarin in God woonde. Op hun trektochten door de woestijn droegen de Joden het tabernakel altijd bij zich. Het was de eerste tent die zij opzetten als ze ergens aankwamen en de laatste die ze weer afbraken.

de eerste Joodse tempel

Na zijn verovering van Jeruzalem vond David echter dat een tent te weinig recht deed aan God en Zijn verbondsark, en gaf daarom zijn zoon Salomo de opdracht op de berg Moria een tempel te bouwen. Dat werd de eerste Joodse tempel, die ook wel de tempel van Salomo wordt genoemd. Sindsdien heet de berg Moria ook wel ‘de Tempelberg‘.

Vier eeuwen diende die tempel als woning van God. Toen veroverden de Babyloniërs  Jeruzalem en vernietigden ze de tempel van Salomo. De Joden voerden ze af naar hun rijk en lieten hen daar als slaven werken. Die periode van de Joodse geschiedenis heet de Babylonische ballingschap.

de tweede Joodse tempel

Zeventig jaar later veroverden de Perzen Babylon en mochten de Joden naar Jeruzalem terugkeren. Ze begonnen daar meteen met de bouw van de tweede Joodse tempel. Die was echter kleiner dan de eerste tempel en in de loop der eeuwen werd hij ook nog eens door verschillende veroveraars ontwijd. Mede daardoor raakte die tempel in verval. Kort voor het begin van onze jaartelling besloot de Bijbelse koning Herodes de Grote  hem echter te restaureren en schitterender te maken dan ooit. Meer dan tachtig jaar deed hij daarover. Toen hij eindelijk klaar was, overtrof de tempel in pracht zelfs de tempel van Salomo. Dat was in 64 CE. Sindsdien wordt de tweede Joodse tempel ook wel de tempel van Herodes genoemd.

de verwoesting van de Joodse tempel

Veel plezier hebben de Joden niet van Herodes’ tempel gehad. Twee jaar nadat hij was voltooid brak de Joodse oorlog uit en zes jaar later nam Titus de stad Jeruzalem in. Titus was de laatste die de tempel bezocht en dus ook de laatste die daar met God heeft kunnen spreken. Daarna maakte hij de stad en de tempel met de grond gelijk. Alleen de westmuur  bleef intact. Sindsdien heet die ook wel de klaagmuur.

Nog dagelijks bewenen de Joden daar de verwoesting van hun tempel. Ook voerden de Joden een officiële dag van rouw in hun kalender in om de tempel te gedenken. Tisja Beav heet die dag, in de Joodse kalender valt die op 9 aaw. In de Gregoriaanse kalender  varieert de datum ervan, maar hij ligt nooit verder dan twee weken voor of na begin augustus. Tisja Beav herdenkt zowel de vernietiging van de eerste als de tweede Joodse tempel, die volgens de overlevering op exact dezelfde dag plaatsvonden.

Drie weken voorafgaand aan Tisja Beav beginnen de Joden al met vasten en vanaf dat moment gelden er stringente  beperkingen in het dagelijks leven. Zo zijn trouwen, haren knippen en scheren verboden. De laatste week voor Tisja Beav mogen ze zich zelfs niet meer wassen en schone kleren aantrekken. Deze geboden gelden al bijna tweeduizend jaar en zullen waarschijnlijk pas worden losgelaten als de derde tempel is gebouwd.

Het verhaal van mijn roman ‘De Derde Tempel’ begint een paar dagen na Tisja Beav in het jaar 70 CE; het jaar dat Titus’ troepen Jeruzalem binnendrongen en de Joodse tempel vernietigden.