Julianus de Afvallige

Julianus de Afvallige
Julianus de Afvallige

Julianus de Afvallige werd in 331 CE, onder de naam Flavius Claudius Julianus, geboren als neef van keizer Constantijn de Grote.

In 337 CE, stierf Constantijn de Grote. Tijdens de machtsstrijd die op zijn dood volgde, werden vrijwel al diens manlijke verwanten vermoord. Het was een wonder dat de zesjarige Julianus die slachting overleefde.

In november 361 CE werd Julianus zelf keizer. Vanaf die tijd heet hij Julianus de Afvallige. Die naam kreeg hij omdat hij kort na zijn troonsbestijging het Christendom verwierp en terugkeerde naar de oude Romeinse goden. Hij ontpopte zich als een fervent bestrijder van de Christenen. Om het Christendom in zijn diepste wezen te raken, gaf hij opdracht de derde Joodse tempel te bouwen.

de jeugd van Julianus de Afvallige

Julianus de Afvallige is in 331 CE geboren als zoon van Julius Constantius en diens tweede vrouw Basilina. Basilina stierf kort na Julianus’ geboorte, zodat Julius de opvoeding  van zijn zoon alleen ter hand moest nemen. Dat deed hij naast zijn bestuurlijke loopbaan, die tijdens het vierde levensjaar van Julianus zijn hoogtepunt bereikte. Julius’ halfbroer, keizer Constantijn de Grote, benoemde hem in 335 CE namelijk tot consul.

In 306 CE was Constantijn de Grote keizer van het Romeinse rijk geworden. Direct vanaf zijn aantreden begon hij met het bevorderen van het Christendom in zijn rijk. Na eeuwenlange vervolging ontvingen de Christenen opeens privileges. Ook kregen ze alle vrijkomende bestuursposten toebedeeld.

Op 22 mei 337 CE stierf Constantijn de Grote. Diens drie zoons grepen toen de macht en om elke concurrentie uit te schakelen, vermoordden ze al hun manlijke familieleden. Ook de vader van Julianus behoorde tot hun slachtoffers. Hun neef Julianus spaarden ze echter. Waarschijnlijk vanwege zijn jonge leeftijd (zes jaar).

Een van de zoons van Constantijn de Grote, keizer Constantius II, ontfermde zich over de jongen. Hij regelde een gedegen opvoeding, die op twee pijlers rustte: een religieuze en een wereldlijke. Bisschop Eusebius van Nicomedia nam het Christelijke gedeelte op zich. Hij onderwees Julianus in theologie en moraal. Daarnaast volgde Julianus de Afvallige de klassieke opleiding die alle jongeren uit de Romeinse elite kregen. Eerst leerde hij Grieks en Latijn van een grammaticus en daarna kreeg hij welsprekendheid van een vooraanstaande retor. Na die gebruikelijke basisopleiding studeerde Julianus bij enkele beroemde filosofen. De Neoplatonist Maximus van Efeze had de meeste invloed op hem.

op weg naar de troon

In 355 CE, Julianus was toen vierentwintig, benoemde Constantius II hem tot Caesar, oftewel onderkeizer. Hij kreeg het opperbevel over de troepen in het westen. Hoewel hij geen militaire opleiding had genoten, bleek hij een bekwaam generaal. Hij won slag na slag, ook tegen de Germanen. De hele westelijke Rijnoever voegde hij weer toe aan het Romeinse rijk.

Zijn succes maakte Julianus de Afvallige populair bij het westelijke leger. Té populair besloot keizer Constantius II. Hij vreesde Julianus’ macht en gaf opdracht dat de helft van zijn troepen aan de oostelijke legers toegevoegd moesten worden. Julianus verzette zich daar niet tegen. Zijn troepen wel. Er brak een opstand uit en zijn troepen benoemde hem tot keizer.

Toen Constantius II het nieuws hoorde , bestempelde hij Julianus de Afvallige tot vijand van de staat. Julianus moest nu vrezen voor zijn leven.  Hij besloot het initiatief te nemen en trok met zijn troepen naar het keizerlijk paleis te Constantinopel. Zover hoefde hij echter niet te gaan. Op 3 november 361 CE overleed Constantius II en benoemde Julianus de Afvallige tot zijn erfgenaam.

Julianus als keizer

Het eerste wat Julianus als keizer deed, was de corruptie binnen de overheid aanpakken. Corrupte ministers werden  door een tribunaal tot verbanning of de dood veroordeeld. Daarnaast hevelde hij veel taken over van het rijk naar de gemeenten. Die reorganisatie kostte duizenden rijksambtenaren hun baan.

In de vierde eeuw stoelde de macht van de keizer op het leger. Dat bestond toen uit een westelijk en oostelijk deel. Het westelijke leger was loyaal aan Julianus. Het oostelijk leger niet. Julianus wilde ook  die soldaten aan zich binden en hoopte dat te doen door ze naar overwinningen te leiden. De vijand die hij daarvoor uitkoos, waren de Perzen.

Als aanvoerder van zo’n 80.000 man trok Julianus de Afvallige langs de Eufraat naar de Perzische hoofdstad Ctesiphon. Die stad was al vaker door de Romeinen ingenomen en telkens met een rijke buit. Dit keer liep het avontuur echter minder goed af. Na een eerste Romeinse overwinning trokken de Perzen zich terug achter de stadsmuren en sloten de poorten. Hun hoofdmacht was evenwel nog onderweg en zou snel arriveren. Dat scenario had Julianus niet voorzien en het plaatste hem voor een fors probleem. Als hij de stad zou belegeren, zou de Perzische hoofdmacht hem in zijn rug aanvallen en als hij tegen de hoofdmacht optrok, zou hij zonder voorraden komen te zitten. Hij besloot zich terug te trekken en via het noorden naar Constantinopel terug te keren. Een fatale beslissing. Op de terugtocht werd zijn leger verslagen en sneuvelde hijzelf.

zijn strijd tegen de Christenen

Julianus de Afvallige was gedoopt en Christelijk opgevoed. Onder keizer Constantius II was hij waarschijnlijk ook belijdend. Zodra hij echter keizer werd, zwoer hij het geloof af. Vanaf dat moment bestreed hij het Christendom. Hij vervolgde Christenen niet, in het verleden had dat alleen maar averechts gewerkt, maar ontnam ze hun privileges. Zijn idee was dat als de elite terugkeerde naar de oude staatsgodsdienst, het volk vanzelf zou volgen.

De belangrijkste maatregelen die Julianus nam, waren:
1.     Hij bepaalde dat er godsdienstvrijheid in het Romeinse rijk gold.
2.     Hij heropende de oude Romeinse tempels.
3.     Hij trok de rijkstoelagen van de bisschoppen in.
4.     Hij benoemde de leraren van de door de staat gefinancierde scholen.
5.     Hij liet dissidente bisschoppen terugkeren, die de kerk had verbannen.
6.     Hij gaf opdracht de derde Joodse tempel te bouwen.

de bouw van de derde tempel

In zijn Bijbelse openbaring (21.22) schets Johannes een beeld van het nieuwe Jeruzalem: “En een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam.” Julianus de Afvallig legde dat visioen zo uit, dat er volgens de Bijbel nooit meer een tempel in Jeruzalem zou verrijzen. Om het ongelijk van de Bijbel aan te tonen, besloot hij de derde tempel te bouwen. Zijn vriend en historicus Ammianus Marcellinus schreef het volgende over dat besluit.

Om de herinnering aan zijn keizerschap te laten voortleven in grote werken, besloot hij de imposante tempel van Jeruzalem, die na een lange en bloedige strijd en belegering door Vespasianus en Titus was veroverd, ondanks de enorme kosten te laten herstellen. De aanpak ervan droeg hij op aan Alypius van Antiochië, die eerder vice-prefect van Brittannië was geweest. Toen deze echter met hulp van de gouverneur enthousiast aan de slag ging, spoten er uit de fundamenten van de tempel telkens fonteinen van vuur omhoog. Die doden enkele bouwvakkers en hielden de rest op afstand. Het project moest daarom worden opgegeven.

Over de oorzaak van het mislukken van de herbouw van de tempel is veel gespeculeerd. Een eenduidige reden is nooit gevonden. De Christenen zien het als een direct ingrijpen van God. De Joden wijten het aan het overlijden van Julianus de Afvallige. Hij stierf enkele maanden nadat hij de opdracht tot bouw van de derde tempel had gegeven.

De regeerperiode van Julianus de Afvallige valt meer dan twee eeuwen na de historie die ik in mijn roman ‘De Derde Tempel‘ beschrijf. Dat ik op deze website toch een artikel over hem heb opgenomen, is omdat ik het thema van de derde Joodse tempel vanuit zoveel mogelijk perspectieven wil belichten.