de vierde ecloge

Titus, de Messias, de vierde ecloge
de Messias

Zo’n veertig jaar voor de geboorte van Jezus schreef Vergilius zijn beroemde vierde ecloge (ecloga in het Latijn). Hieronder citeer ik de bekendste regels uit dat gedicht.

Nu breekt de eindtijd aan,
die het lied van Cumae verkondigt:
de reeks era’s start opnieuw.
Ook keert weer de maagd
en het gouden rijk van Saturnus
Maar wat nieuw zal zijn,
is dat van grote hoogte,
een zoon uit de hemel neerdaalt’.

Toen ik die regels voor het eerst las, kon ik me goed voorstellen dat de Christenen hier een aankondiging van de geboorte van Jezus in lazen.

In de derde eeuwse bracht de schrijver Lactantius de vierde ecloge onder Christelijke aandacht. In zijn boek over het komende Koninkrijk Gods citeerde hij onder meer de volgende regel uit het gedicht: ‘geen kudde vreest dan nog machtige leeuwen’. Die voorspelling kende hij al uit het oude testament waarin de Joodse profeet Jesaja over het Koninkrijk Gods profeteerde dat ‘de leeuw stro zal eten als het rund‘. Lactantius beweerde toen niet dat Vergilius de komst van Jezus voorspeld had. Hij gebruikte de overeenkomsten tussen Vergilius en Jesaja slechts om aan te tonen dat de voorspelling van het Christelijke vrederijk correct was. Verdere conclusies verbond hij er niet aan.

Een eeuw later gaat kerkvader Augustinus wel een flinke stap verder door onomwonden te verklaren dat Vergilius in zijn vierde ecloge de geboorte van Jezus had aangekondigd. Dat standpunt raakte in de middeleeuwen dermate geaccepteerd dat het Vaticaan besloot de heidense dichter Vergilius heilig te verklaren. Maar was dat terecht? Om die vraag te beantwoorden, wil ik vier elementen uit het gedicht onder de loep nemen: de zoon, de maagd, de reeks era’s en het gouden rijk van Saturnus.

het gouden rijk van Saturnus

In plaats van op het Koninkrijk Gods wachtten de Romeinen op het gouden rijk van Saturnus. Zijn dat verschillende namen voor hetzelfde begrip, of verstonden de Romeinen daar wat anders onder? Saturnus heerste ooit als god over de aarde, maar werd verslagen door zijn zoon Jupiter, de Romeinse oppergod. De Romeinen verlangden echter terug naar de heerschappij van Saturnus. Waarom? De Romeinse schrijver Macrobius zegt er het volgende over: “Saturnus was geboren uit de hemel zelf”, “er was overvloed”, “slavernij bestond niet” en “alle eigendom was gemeenschappelijk”. Is dat wat Christenen onder het Koninkrijk Gods verstaan? De vroege Christenen wellicht wel, maar in de huidige tijd refereert ‘gemeenschappelijk eigendom’ eerder naar het aardse paradijs dat Karl Marx voor ogen stond.

de reeks era’s

Evenals de Maya’s geloofden de Romeinen dat de geschiedenis cyclisch was en zich dus telkens zou herhalen. De geschiedenis begon met het gouden tijdperk van Saturnus, waarin alles in overvloed was. Daarna kwam Jupiter aan de macht en begon het zilveren tijdperk waarin de mens moest werken voor zijn eten: de landbouw deed zijn intrede. Op het zilveren tijdperk volgde het bronzen tijdperk. Van brons werden wapens gesmeed en daarmee kwam de oorlog in ons leven. De laatste era was die van de Romeinen zelf, het ijzeren tijdperk noemden ze dat. In die periode ontstond de misdaad. Het ijzeren tijdperk werd afgesloten met de eindtijd, of de wereldbrand, zoals de Stoïcijnen die noemden, en dan begon de cyclus opnieuw. De vierde ecloge is vanuit dat wereldbeeld geschreven en wijkt dus af van de Christelijke kijk op de toekomst: een eeuwigdurend Koninkrijk Gods.

de maagd

Net als het kerstverhaal kent ook de vierde ecloga een maagd. Alleen is het geen maagd die de zoon baart, maar een maagd die terugkeert. Virgo heet ze in het Latijn, Astraea in het Grieks. Ze was de godin van de rechtvaardigheid en de laatste godin die tussen de mensen op aarde leefde. Tot het ijzeren tijdperk wist ze dat vol te houden. Toen is ze gevlucht voor alle misdaden die de mensheid beging. Maar na de eindtijd zal ze terugkeren en zal de wereld weer rechtvaardigheid kennen; zo geloofden de Romeinen althans.

de zoon uit de vierde ecloge

Zoals gezegd, vereenzelvigen Christenen de zoon uit de vierde ecloga met hun Messias Jezus. Dat kunnen ze doen omdat Vergilius zelf niet expliciet is over de aard van het kind. Uit de vierde ecloge blijkt zelfs niet of het kind al geboren was in zijn tijd. Andere Romeinse schrijvers geven echter concretere informatie over de komende ‘vredevorst’. Suetonius schreef bijvoorbeeld dat in Judea iemand zou opstaan die de wereldheerschappij op zich zou nemen. Tacitus noemde zelfs een naam. Of eigenlijk twee: keizer Vespasianus en zijn zoon Titus.

Ook een van de hoofdpersonen uit mijn roman ‘De Derde Tempel‘, de Joodse schrijver en priester Flavius Josephus, verklaarde in zijn boeken over de Joodse oorlog dat de Messiaanse profetie betrekking had op keizer Vespasianus. Maar hij kon ook niet veel anders. Hij had de boeken namelijk in opdracht van Vespasianus geschreven.

Josephus schreef de passage terwijl Vespasianus nog in leven was. In mijn roman ontwikkelt Josephus’ inzicht zich na Vespasianus’ dood verder. Op basis van de aankondigingen van de Messias in de Thora concludeert hij dat niet Vespasianus, maar Titus de Messias is. Niet de vader maar de zoon dus, zoals Vergilius al schreef. En de zoon blijkt ook nog bereid de derde Joodse tempel te bouwen. Josephus is er dan ook kapot van als Titus voortijdig sterft.